4.17.36 – Bijgeloof en afgoderij

0
78

Dit is allemaal bedoeld om vrome lezers te laten beseffen hoe gevaarlijk het is om bij zulke moeilijke dingen van Gods eenvoudige Woord af te dwalen naar de fantasieën van onze hersenen. Wat ik hierboven gezegd heb, moet ons op dit punt van alle bezwaren bevrijden. Want om vrome zielen Christus in het avondmaal te laten aannemen zoals het hoort, moeten ze worden opgeheven tot in de hemel. Het is de taak van het sacrament dat het het zwakke verstand van de mens helpt om op te klimmen en de diepte van de geestelijk mysteries te begrijpen. Dus dan dwalen degenen die blijven hangen aan het uiterlijke teken, af van de juiste weg om Christus te zoeken.

Wat dan? Kunnen we ontkennen dat het bijgeloof is als mensen zich neerwerpen voor het brood om Christus daarin te aanbidden? Ongetwijfeld wilde het concilie van Nicea dit kwaad willen bestrijden toen het ons verbood nederig onze aandacht te richten op de symbolen die ons gepresenteerd worden. En dit is de reden waarom in het verleden is ingesteld dat vóór de consecratie het volk met luide stem werd aangespoord om de harten omhoog te heffen.

Ook de Schrift vertelt ons niet alleen nauwkeurig over Christus’ hemelvaart, waardoor Hij de aanwezigheid van zijn lichaam onttrok aan onze blik en onze omgang. Om elke vleselijke gedachte aan Hem te verjagen, beveelt ze ons ook, telkens als ze Hem noemt, onze harten omhoog te heffen en Hem in de hemel te zoeken, zittend aan de rechterhand van de Vader.1 In overeenstemming met deze norm had men Hem juist geestelijk moeten aan bidden in zijn hemelse luister, in plaats van zo’n gevaarlijke manier van aanbidden te verzinnen, vol vleselijke en grove opvattingen over God.

Degenen die het aanbidden van het sacrament hebben bedacht, hebben dat dus zelf verzonnen, buiten de Schrift om. In de Schrift valt geen enkele vermelding daarvan aan te wijzen. En dat zou niet zijn weggelaten als God er blij mee geweest zijn. Maar dat niet alleen. Ze hebben ook in strijd met de Schrift een God gefabriceerd naar eigen goeddunken en begeerte en de levende God verlaten. Want wat is afgoderij anders dan juist dit: dat je in plaats van de gever zelf zijn gaven eert? Dat is een dubbele zonde. Want je berooft God van zijn eer en geeft het aan een schepsel. En bovendien onteer je Hem in zijn besmeurde en ontheiligde gave, doordat je van zijn heilig sacrament een afgod maakt.

Laten wij echter, om deze valkuil te vermijden, onze oren, ons hart, ons verstand en onze tong volledig hechten aan Gods heilig onderwijs. Want dat is de school van de Heilige Geest, de beste leermeester. In die school kom je vooruit dat je nergens anders iets hoeft te halen en dat je graag onwetend blijft in wat in die school niet geleerd wordt.

1Kolossenzen 3:1-2

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in