Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.17 – Het avondmaal 4.17.23 – Letterlijke interpretatie

4.17.23 – Letterlijke interpretatie

Om heel geletterd te lijken, verbieden deze goede leermeesters om ook maar iets af te wijken van de letterlijke betekenis. Ik echter – als de Schrift God een krijgsman noemt, Exodus 15:3 twijfel ik er niet aan dat dat een menselijke vergelijking is. Want als die uitdrukking niet figuurlijk bedoeld zou zijn, zou die veel te grof zijn.

En inderdaad hebben de antropomorfieten juist onder dit voorwendsel de rechtzinnige kerkvaders lastiggevallen, door zich met hand en tand vast te klampen aan deze uitspraken: ‘Gods ogen zien.’ ‘Het is opgestegen tot zijn oren.’ ‘Zijn hand is uitgestrekt.’ ‘De aarde is een voetbank voor zijn voeten.’ Ze riepen uit dat God beroofd werd van het lichaam dat de Schrift Hem toekent. Maar als je deze norm accepteert, wordt heel het licht van het geloof verduisterd door een gruwelijke barbaarsheid. Want welke monsterlijke en absurde dingen kunnen fanatici niet uit de Schrift halen als we hun toestaan elke afzonderlijk leesteken aan te halen om hun beweringen te staven!

Mijn tegenstanders werpen tegen dat het niet waarschijnlijk is dat Christus figuurlijk of in raadsels sprak toen Hij de apostelen een speciale troost wilde meegeven in tegenspoed. Maar dat argument pleit juist in mijn voordeel. Want stel dat de apostelen niet op het idee gekomen zouden zijn dat het brood figuurlijk Christus’ lichaam genoemd wordt, omdat het een symbool is van zijn lichaam. Dan zouden ze vast en zeker ontsteld geweest zijn over zoiets monsterlijks! Maar Johannes vertelt dat ze zich op ongeveer datzelfde moment bezighielden met pietluttige kleinigheden. Als je er met elkaar over discussieert hoe Christus naar de Vader zou gaan en de vraag stelt hoe Hij uit de wereld zou weggaan, dan begrijp je niets van de dingen die Christus zegt over de hemelse Vader. Johannes 14:5-8; 16:17 Hoe zouden ze dan wel zo gemakkelijk hebben kunnen geloven wat tegen elke logica ingaat: dat Christus voor hun ogen aan tafel zit en toch onzichtbaar is ingesloten in het brood? Door zonder aarzeling van het brood te eten, bewijzen ze dus dat ze Christus’ woorden allemaal op dezelfde manier opvatten als ik. Want ze beseften dat de naam van wat er werd uitgebeeld, werd overgedragen op het teken. Iets dat bij sacramenten niet vreemd hoeft te lijken. En dus was de troost voor de leerlingen zeker en duidelijk, net als voor ons, en niet gewikkeld in een raadsel. De enige reden dat sommigen niets van mijn uitleg willen weten, is dat de duivel hen betoverd en verblind heeft. Daardoor verzinnen ze duistere raadsels, terwijl de uitleg van dit schitterende beeld voor de hand ligt.

Bovendien, als je blijft staan op de exacte woorden, dan zou het verkeerd zijn van Christus dat Hij van het brood iets anders verkondigt dan van de beker. Het brood noemt Hij zijn lichaam, maar de wijn noemt Hij zijn bloed. Dit is óf wartaal óf een verdeling die lichaam en bloed van elkaar scheidt. Immers, Hij had van de beker even terecht kunnen zeggen: ‘Dit is mijn lichaam,’ als van het brood zelf en andersom had Hij kunnen zeggen dat het brood zijn bloed is. Als Jezus Christus onder beide tekenen ingesloten zou zijn, bedoel ik. Mijn tegenstanders zeggen dat je erop moet letten met welk doel of voor welk gebruik de symbolen ingesteld zijn en dat geef ik toe. Maar ondertussen kunnen zij echt niet voorkomen dat hun dwaling deze absurde consequentie heeft dat het brood het bloed is en de wijn het lichaam. En ik weet niet hoe ze kunnen toegeven dat het brood en het lichaam verschillende dingen zijn, maar toch beweren dat het een het ander genoemd wordt in eigenlijke zin, zonder beeldspraak. Alsof je zegt dat kleding wel iets anders is dan een mens, maar toch in eigenlijke zin mens genoemd wordt! Ondertussen zeggen ze, alsof ze met koppigheid en scheldwoorden kunnen winnen, dat je Christus beschuldigt van liegen als je zijn woorden probeert te interpreteren.

Nu kunnen de lezers gemakkelijk beoordelen hoeveel onrecht die woordenvangers mij doen, door eenvoudige mensen op de mouw te spelden dat ik Christus’ woorden onbetrouwbaar maak. Want zoals ik heb laten zien, zijn zij zo dom om de betrouwbaarheid van die woorden onderuit te halen en te verwarren. Maar ik leg ze betrouwbaar en juist uit.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.