Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.17 – Het avondmaal 4.17.20 – De instelling van het avondmaal

4.17.20 – De instelling van het avondmaal

Maar voor we verder gaan, moeten we eerst Christus’ instelling zelf behandelen. Vooral omdat het meest plausibele tegenargument van mijn tegenstanders is dat ik afwijk van Christus’ woorden. Om mij te bevrijden van de onterechte afkeer waarmee zij mij belasten, kan ik dus maar het beste beginnen met het uitleggen van die woorden.

Drie evangelisten en Paulus vertellen dat Christus brood nam, de dankzegging uitsprak, het brood brak, het aan zijn leerlingen gaf en zei: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven’ – of: ‘gebroken’ – ‘wordt.’ Mattheüs 26:26; Marcus 14:22; Lucas 22:17-19; 1 Korinthiërs 11:24 Over de beker vertellen Mattheüs en Marcus dat Christus dit zei: ‘Deze beker is het bloed van het Nieuwe Testament, dat voor velen vergoten wordt voor vergeving van de zonden.’ Maar Paulus en Lucas vertellen het zo: ‘De beker is het Nieuwe Testament in mijn bloed.’ Mattheüs 26:28; Marcus 14:24; Lucas 22:20; 1 Korinthiërs 11:25

De voorstanders van de transsubstantiatie beweren dat het voornaamwoord ‘dit’ alleen slaat op de gedaante van het brood. Want de consecratie wordt uitgevoerd door het geheel van deze uitspraak en er is geen substantie die zichtbaar gemaakt kan worden. Maar ze mogen dan zo nauwkeurig op de woorden letten, omdat Christus getuigde dat wat Hij zijn leerlingen in handen gaf, zijn lichaam was – toch is hun verzinsel totaal vreemd aan wat Christus echt bedoelde met zijn woorden. Wat Christus in handen neemt en aan de apostelen geeft, daarvan zegt Hij dat het zijn lichaam is. Maar Hij had brood gepakt. Dus wie zou dan niet begrijpen dat wat Hij hun liet zien, nog steeds brood was? En daarom is niets zo absurd als wat Hij over het brood zegt, alleen op de gedaante ervan te laten slaan!

Anderen nemen hun toevlucht tot een nog meer geforceerde en met geweld verdraaide uitleg. Zij leggen het zo uit: het woordje ‘is’ betekent hier ‘getranssubstantieerd worden’. Zij hebben dus geen reden om net te doen alsof hun motivatie respect is voor de woorden. Want er is geen volk of taal bekend waar het woord ‘zijn’ gebruikt wordt in de betekenis van ‘veranderen in iets anders’.

Dan degenen die het brood bij het avondmaal laten blijven, maar wel beweren dat het Christus’ lichaam is. Er zijn veel verschillen tussen hen. Degenen die wat bescheidener spreken, leggen wel zorgvuldig de nadruk op de letterlijke betekenis van de woorden ‘dit is mijn lichaam’. Maar later laten ze die strengheid toch los. Dan zeggen ze dat het betekent dat Christus’ lichaam samen met het brood, in het brood en onder het brood is. Over de inhoud van wat zij beweren, heb ik al iets gezegd en zal ik straks nog meer moeten zeggen. Nu behandel ik alleen de woorden die hun – zeggen zij – verhinderen het brood het lichaam te noemen alleen omdat het een teken is van het lichaam. Maar als ze elke oneigenlijke manier van spreken afwijzen, waarom springen ze dan van de eenvoudige woorden van Christus over op hun eigen manier van spreken die daar heel erg van verschilt? Het is immers iets heel anders of je zegt dat het brood het lichaam is, of dat het lichaam samen met het brood is. Maar ze zagen dat de woorden ‘het brood is mijn lichaam’ onmogelijk simpelweg kunnen betekenen wat er staat. Daarom proberen ze als via kromme omwegen te ontsnappen door gebruik te maken van deze manieren van spreken.

Anderen zijn overmoediger. Zij aarzelen niet om te zeggen dat het brood in eigenlijke zin het lichaam is. Op die manier bewijzen ze dat ze zich echt aan de letterlijke betekenis houden. Als daartegen ingebracht wordt dat het brood dan dus Christus en God is, dan ontkennen ze dat wel. Want dat wordt in Christus woorden niet expliciet gezegd. Maar met die ontkenning schieten ze niets op. Want ieder is het er volledig over eens dat ons in het avondmaal de hele Christus wordt aangeboden. En het is een onacceptabele godslastering als je zonder beeldspraak van een vergankelijk element zegt dat het Christus is.

Verder vraag ik hun of deze twee uitspraken hetzelfde betekenen: ‘Christus is Gods Zoon,’ en: ‘Het brood is Christus.’ Ze zullen tegen hun wil moeten toegeven dat er verschil is. Maar dan moeten ze maar eens antwoord geven op de vraag wat dan het verschil is. Volgens mij kunnen ze geen ander verschil aanvoeren dan dat het brood op een sacramentele manier het lichaam genoemd wordt. Dat betekent dus dat de woorden van Christus niet onderworpen zijn aan de algemene regel en niet alleen grammaticaal beoordeeld moeten worden.

Bovendien vraag ik aan alle koppige en strenge onderzoekers van de letterlijke betekenis of Lucas en Paulus, als ze zeggen dat de beker het testament is in zijn bloed, Lucas 22:20; 1 Korinthiërs 11:25 niet hetzelfde zeggen als in de eerste zin, waar ze het brood het lichaam noemen. Natuurlijk werden bij het sacrament beide delen even nauwkeurig omschreven. Maar kortheid is minder duidelijk. Daarom legt de langere uitspraak de zin beter uit. Dus telkens als zij op basis van één woord beweren dat het brood Christus’ lichaam is, zal ik op basis van meer woorden een toepasselijke uitleg geven: het is het testament in zijn lichaam. Immers, kun je een betrouwbaardere uitlegger vinden dan Paulus of Lucas? Toch is het niet mijn bedoeling iets af te doen van het deelhebben aan het lichaam van Christus dat ik heb beleden. Nee, ik ben alleen van plan om de dwaze koppigheid te weerleggen waarmee zij zo vijandig strijden over de woorden. Op gezag van Paulus en Lucas vat ik het zo op: het brood is Christus’ lichaam omdat het het verbond is in zijn lichaam. Als ze dat bestrijden, voeren ze geen oorlog met mij, maar met Gods Geest. Ze mogen dan klagen dat ze uit eerbied voor Christus’ woorden niet figuurlijk durven opvatten wat Hij duidelijk zegt. Maar dat voorwendsel snijdt te weinig hout om daarmee alle argumenten af te wijzen die ik ertegen inbreng.

Ondertussen moeten we weten wat voor testament er in Christus’ lichaam en bloed is. Ik heb dat al gezegd. Want het verbond dat door het offer van zijn dood geratificeerd is, zou ons niets opleveren als er niet bij kwam dat wij op een verborgen manier aan Christus deel hebben en zo één met Hem worden.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.

FunctionalOur website uses functional cookies. These cookies are necessary to let our website work.

AnalyticalOur website uses analytical cookies to make it possible to analyze our website and optimize for the purpose of a.o. the usability.

Social mediaOur website places social media cookies to show you 3rd party content like YouTube and FaceBook. These cookies may track your personal data.

AdvertisingOur website places advertising cookies to show you 3rd party advertisements based on your interests. These cookies may track your personal data.

OtherOur website places 3rd party cookies from other 3rd party services which aren't Analytical, Social media or Advertising.