4.17.2 – De wonderlijke ruil

Voor mensen met een vroom hart kan dit sacrament groot vertrouwen en genot opleveren. Want ze hebben het bewijs dat we met Christus zijn samengegroeid tot één lichaam, zodat we alles wat van Hem is, van ons mogen noemen. Dat betekent dat we onszelf gerust durven beloven dat wij het eeuwige leven hebben, omdat Hij daar de erfgenaam van is. En dat het koninkrijk van de hemel ons evenmin kan ontgaan als Hem, omdat Hij er al is binnengegaan. En ook dat we niet meer veroordeeld kunnen worden om onze zonden, omdat Hij ons van die schuld verlost heeft. Want Hij wilde dat ze Hem werden aangerekend alsof het zijn eigen zonden waren.

Dit is de wonderlijke ruil die Hij volgens zijn onmetelijke welwillendheid met ons gedaan heeft: door onze sterfelijkheid te aanvaarden, gaf Hij ons onsterfelijkheid. Door onze zwakheid aan te nemen, versterkte Hij onze kracht. Door onze armoede op zich te nemen, droeg Hij zijn rijkdom aan ons over. Door de last van onze onrechtvaardigheid, waaronder wij gebogen worden, op zijn schouders te nemen, kleedde Hij ons met zijn rechtvaardigheid.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.