4.17.16 – Consubstantiatie

0
390

Anderen snappen dat je geen eind kunt maken aan de analogie tussen het teken en de uitgebeelde werkelijkheid, zonder dat de inhoud van het sacrament verdwijnt. Zij erkennen dat het brood van het avondmaal echt de substantie heeft van een aards, vergankelijk element en dat het helemaal niet verandert. Nee, zij zeggen dat Christus’ lichaam onder het brood erbij ingesloten zit.

Als ze hun opvatting zo uitlegden dat, als er brood wordt uitgedeeld in het mysterie, tegelijk ook het lichaam wordt gegeven, omdat de werkelijkheid onlosmakelijk verbonden is met het teken, dan zou ik daar geen bezwaar tegen maken. Maar ze plaatsen het lichaam zelf in het brood. Zo dichten ze het alomtegenwoordigheid toe. En dat is in strijd met de natuur van het lichaam. Bovendien bedoelen ze met de uitdrukking ‘onder het brood’ dat het lichaam daaronder schuil gaat. Daarom is het nodig dat ik zulke listige ideeën even tevoorschijn haal uit hun schuilhoeken. Het is nu nog niet mijn bedoeling om dit onderwerp volledig te behandelen, maar ik wil nu alleen de fundamenten leggen voor de uitleg die straks aan de beurt komt.

Deze mensen beweren dus dat Christus’ lichaam onzichtbaar en onbegrensd is. Zo kan het schuilgaan onder het brood. Want ze denken dat ze alleen deel aan Hem kunnen hebben als Hij in het brood neerdaalt. Maar zij begrijpen niet op welke manier Hij neerdaalt om ons omhoog te heffen naar Hem toe. Ze vermommen hun ideeën in alle mogelijke kleuren. Maar als ze uitgesproken zijn, blijkt duidelijk genoeg dat ze eraan vasthouden dat Christus ruimtelijk aanwezig is. Waarom? Nou, omdat ze zich niet kunnen indenken dat je op een andere manier deel zou kunnen hebben aan zijn vlees en bloed dan door middel van een ruimtelijke connectie of aanraking of door een of andere grove vorm van insluiten.

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in