Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.16 – De kinderdoop 4.16.6 – Ook voor christenen geldt het verbond met Abraham

4.16.6 – Ook voor christenen geldt het verbond met Abraham

Toch opent de Schrift voor ons een nog zekerder kennis van de waarheid. Het is immers heel duidelijk dat het verbond dat de Heer ooit met Abraham sloot, ook tegenwoordig voor christenen nog even recht overeind staat als vroeger voor het Joodse volk. Of we zouden moeten denken dat Christus door zijn komst de genade van de Vader vermindert of opgeschort heeft. En dat zou een afschuwelijke godslastering zijn! De kinderen van de Joden werden heilig zaad genoemd, omdat ze erfgenamen waren van dit verbond. En zo worden dus ook nu nog de kinderen van christenen om dezelfde redenen als heilig beschouwd. Zelfs als ze geboren zijn uit ouders van wie er slechts één gelovig is, verschillen ze van het onreine zaad van afgodendienaars, zo getuigt de apostel Paulus. 1 Korinthiërs 7:14 Nu heeft de Heer meteen na het sluiten van het verbond met Abraham bevolen dat dat verbond bij kleine kinderen bezegeld moest worden met een zichtbaar sacrament. Genesis 17:12 Wat kunnen christenen dan voor reden hebben om tegenwoordig van dat verbond geen bewijs en zegel te geven bij hun kinderen?

En nu moet niemand mij tegenwerpen dat de Heer bevolen heeft zijn verbond te bevestigen met een ander symbool dan het symbool van de besnijdenis en dat de besnijdenis allang is afgeschaft. Want het antwoord ligt voor de hand: voor de tijd van het Oude Testament heeft de Heer de besnijdenis ingesteld om zijn verbond te bevestigen. Maar na de afschaffing van de besnijdenis blijft nog altijd dezelfde reden om het verbond te bevestigen. Wij hebben daarvoor dezelfde reden als de Joden hadden. Daarom moeten we er altijd zorgvuldig op letten wat wij hetzelfde hebben als zij en wat van wat zij hadden, anders is dan wat wij hebben. We hebben hetzelfde verbond en ook dezelfde reden om dat verbond te bevestigen. Alleen de manier van bevestigen is anders. Want zij hadden de besnijdenis, maar bij ons is in plaats daarvan de doop gekomen.

Want anders – stel dat het bewijs dat de Joden ervan verzekerde dat hun zaad gered werd, van ons werd afgepakt. Dan zou Christus’ komst als gevolg gehad hebben dat Gods genade voor ons duisterder en minder overtuigend bewezen is dan vroeger voor de Joden. Dat kunnen we niet zeggen zonder Christus vreselijk te beledigen. Via Hem is de oneindige goedheid van de Vader helderder en royaler dan ooit op aarde uitgestort en aan de mensen duidelijk gemaakt. We moeten dus erkennen dat die goedheid nu niet uit meer karigheid verhuld of met een minder duidelijk bewijs verhelderd moet worden dan onder de duistere schaduwen van de wet.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.