Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.16 – De kinderdoop 4.16.5 – Kleine kinderen horen bij het verbond

4.16.5 – Kleine kinderen horen bij het verbond

Als we nu willen onderzoeken of het terecht is om ook kleine kinderen te laten delen in de doop, moeten we dan niet zeggen dat je wel heel dom, ja zelfs krankzinnig doet als je je wilt blijven vastklampen aan het element water en het uiterlijke ritueel, maar je gedachten niet wilt richten op het geestelijke mysterie? Als je daar maar een beetje rekening mee houdt, blijkt overduidelijk dat het terecht is om de doop te bedienen aan kleine kinderen. Want zij hebben er recht op.

Immers, vroeger heeft de Heer hen de besnijdenis niet waard gekeurd zonder hen in al die dingen te laten delen die toen door de besnijdenis werden aangeduid. Anders zou Hij alleen maar met goocheltrucs een spelletje gespeeld hebben met zijn volk, als Hij hen had bedrogen met symbolen zonder betekenis. Wat een afschuwelijk idee! Nee, Hij zegt uitdrukkelijk dat de besnijdenis van een kind een zegel zal zijn om de belofte van het verbond te bezegelen. En als het verbond vast en zeker blijft, slaat dat evengoed in onze tijd op de kinderen van christenen als onder het Oude Testament op de kinderen van de Joden. En als kinderen deel hebben aan de inhoud, waarom zouden we hen dan afhouden van het teken? Als ze de werkelijkheid krijgen, waarom zouden we hen dan afweren van de afbeelding?

Trouwens, het uiterlijke teken hangt in het sacrament zo met het Woord samen, dat het er niet van kan worden losgemaakt. Als het toch gescheiden wordt, aan welke van de twee moeten we dan de meeste waarde hechten? We zien dat het teken het Woord dient. Dus moeten we natuurlijk zeggen dat het teken ondergeschikt is aan het Woord en moeten we het teken een lagere positie geven. Maar als het Woord van de doop bestemd is voor de kinderen, waarom zouden we hun dan het teken onthouden? Dat is slechts een toevoeging bij het Woord.

Als we geen andere argumenten beschikbaar hadden, zou alleen dit ene argument al voldoende zijn om iedereen te weerleggen die bezwaar wil maken. Er wordt aangevoerd dat er voor de besnijdenis een bepaalde dag was vastgesteld. Maar dat is niet meer dan een uitvlucht. Ik geef toe dat wij niet meer, zoals de Joden, gebonden zijn aan bepaalde dagen. Maar ook al schrijft de Heer geen bepaalde dag voor, toch verklaart Hij dat Hij graag wil dat kleine kinderen door een publiek ritueel worden opgenomen in zijn verbond. Wat willen we dan nog meer?

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.