4.16.3 – Doop en besnijdenis

Nu had Gods volk, voordat de doop werd ingesteld, in plaats daarvan de besnijdenis. Daarom moeten we eerst nagaan wat de verschillen en overeenkomsten zijn tussen die twee tekenen. Dan zal daaruit blijken wat we van het ene teken kunnen overdragen op het andere teken.

Als de Heer Abraham beveelt de besnijdenis in praktijk te brengen, zegt Hij vooraf dat Hij voor hem en zijn zaad een God zal zijn. En Hij voegt eraan toe dat bij Hem een meer dan voldoende overvloed is van alle dingen, om Abraham te laten weten dat Gods hand voor Hem de bron zou zijn van al het goede. Genesis 17:1-10 Die woorden omvatten de belofte van eeuwig leven. Christus legt dat zo uit. Hij gebruikt deze woorden als bewijs om de onsterfelijkheid en opstanding van de gelovigen aan te tonen. Hij zegt: ‘God is immers geen God van doden, maar van levenden.’ Mattheüs 22:32: Lucas 20:38

Als Paulus aan de Efeziërs wil laten zien uit welke ondergang de Heer hen bevrijd had, concludeert hij daarom op basis van het feit dat ze niet waren toegelaten tot het verbond van de besnijdenis, dat ze zonder Christus en zonder God waren en vreemdelingen voor de testamenten van de belofte. Want het verbond bevatte al die dingen. Efeziërs 2:12

Nu is de vergeving van zonden de eerste toegang tot God en de eerste ingang naar het onsterfelijke leven. Dat betekent dus dat deze belofte correspondeert met de belofte van de doop over onze reiniging.

Vervolgens eist de Heer van Abraham dat hij voor Gods ogen wandelt met een oprecht en onschuldig hart. Genesis 17:1 Dat hoort bij het sterven oftewel de nieuwe geboorte. En om te voorkomen dat iemand eraan zou twijfelen dat de besnijdenis een teken is van het sterven, legt Mozes het ergens anders duidelijker uit. Hij waarschuwt het volk Israël dat ze voor de Heer de voorhuid van hun hart moeten besnijden, omdat ze uit alle volken op aarde waren uitgekozen als Gods volk. Deuteronomium 10:15-16 Als God het nageslacht van Abraham uitkiest als zijn volk, beveelt Hij dat ze besneden moeten worden. En zo zegt Mozes dat ze hun hart moeten besnijden. Daarmee wijst hij dus aan wat de betekenis is van die fysieke besnijdenis. En om te voorkomen dat iemand in eigen kracht zou proberen zijn hart te besnijden, leert Mozes vervolgens dat die besnijdenis het werk is van Gods genade. Deuteronomium 30:6

De profeten prenten het volk al deze dingen zo vaak in dat het niet nodig is om hier veel Schriftbewijzen te verzamelen. Die kom je vanzelf overal tegen. Jeremia 4:4; Ezechiël 16:30

We zien dus dat de aartsvaders in de besnijdenis dezelfde geestelijke belofte kregen als wij krijgen in de doop. Want de besnijdenis was voor hen een afbeelding van de vergeving van zonden en van het sterven van het vlees. Bovendien, ik heb geleerd dat Christus het fundament is van de doop. Die beide dingen zijn op Hem gebaseerd. En het staat vast dat Hij zo ook het fundament van de besnijdenis is. Want Hij wordt aan Abraham beloofd en in Hem wordt aan Abraham een zegen voor alle volken beloofd. Genesis 12:2-3 Om dat genadegeschenk te bezegelen wordt het teken van de besnijdenis eraan toegevoegd.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.