Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.16 – De kinderdoop 4.16.23 – Wat de Schrift zegt over volwassenen moeten we niet toepassen op kinderen

4.16.23 – Wat de Schrift zegt over volwassenen moeten we niet toepassen op kinderen

Verder komen mijn tegenstanders bij de praktijk en de gewoonte in de tijd van de apostelen. Over niemand in die tijd hoor je dat hij tot de doop werd toegelaten zonder dat hij eerst zijn geloof en berouw had beleden. Immers, als degenen die tot inkeer gekomen waren aan Petrus vragen wat ze moeten doen, raadt hij hun aan om eerst berouw te hebben en zich dan te laten dopen voor vergeving van hun zonden. Handelingen 2:37-38 En toen de eunuch Filippus vroeg of hij gedoopt mocht worden, antwoordde ook hij dat het was toegestaan, als hij maar oprecht geloofde. Handelingen 8:37 Op basis hiervan denken mijn tegenstanders te kunnen bewijzen dat niemand wordt toegelaten tot de doop als er geen geloof en berouw aan voorafgaan.

Maar werkelijk, als we ruimte zouden geven voor zo’n argumentatie, dan bewijst de eerste passage dat alleen berouw voldoende is en de tweede passage dat alleen geloof voldoende is. Want de eerste passage noemt geen geloof en de tweede passage noemt geen berouw. Ik denk dat mijn tegenstanders zullen aanvoeren dat beide passages elkaar ondersteunen en daarom samengevoegd moeten worden. Op mijn beurt zeg ook ik dan dat we ze ook moeten vergelijken met andere passages die ook van belang zijn bij het oplossen van deze passages. Want er zijn veel uitspraken in de Schrift waarbij de betekenis afhangt van de situatie.

Dit is een voorbeeld daarvan. Petrus en Filippus zeggen dit tegen personen die een leeftijd hebben waarop ze in staat zijn om berouw te hebben en tot geloof te komen. Ik ontken met klem dat zulke personen gedoopt mogen worden zonder dat we gezien hebben dat ze berouw en geloof hebben, in elk geval voor zover mensen dat kunnen beoordelen. Maar het is overduidelijk dat kleine kinderen als een andere categorie beschouwd moeten worden. Want als vroeger iemand zich aansloot bij de religieuze gemeenschap van Israël, moest hij onderwezen worden in het verbond van de Heer en in de wet. Pas daarna mocht hij het teken van de besnijdenis krijgen. Want hij was van een ander volk. Dat wil zeggen dat hij een vreemdeling was voor het volk Israël, waarmee het verbond gesloten was dat door de besnijdenis bevestigd werd.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.

FunctionalOur website uses functional cookies. These cookies are necessary to let our website work.

AnalyticalOur website uses analytical cookies to make it possible to analyze our website and optimize for the purpose of a.o. the usability.

Social mediaOur website places social media cookies to show you 3rd party content like YouTube and FaceBook. These cookies may track your personal data.

AdvertisingOur website places advertising cookies to show you 3rd party advertisements based on your interests. These cookies may track your personal data.

OtherOur website places 3rd party cookies from other 3rd party services which aren't Analytical, Social media or Advertising.