Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.16 – De kinderdoop 4.16.16 – Verschillen tussen doop en besnijdenis

4.16.16 – Verschillen tussen doop en besnijdenis

Verder zijn de verschillen die mijn tegenstanders tussen de doop en de besnijdenis proberen te maken niet alleen belachelijk en totaal niet plausibel. Nee, ze zijn ook met elkaar in strijd. Want ze beweren eerst dat de doop op de eerste dag van de geestelijke strijd slaat, maar de besnijdenis op de achtste dag, als het sterven al volledig is. Maar dat vergeten ze meteen weer en dan zingen ze een ander liedje: ze noemen de besnijdenis een beeld van het sterven van het vlees, maar de doop een begrafenis. En, zeggen ze, alleen wie al dood is, mag in die doop begraven worden. Zijn er nog andere dwaasheden van krankzinnige mensen die zo gemakkelijk uit elkaar spatten? Want in hun eerste uitspraak moet de doop aan de besnijdenis voorafgaan. Maar hun tweede uitspraak laat de doop erna komen. Toch is het niets nieuws dat menselijke gedachten zo heen en weer geslingerd worden als ze hun eigen fantasie aanbidden als een heel zeker woord van God.

Het eerste verschil is volgens mij dus enkel fantasie. Als je op de achtste dag een allegorie zou willen toepassen, moet je dat toch niet op deze manier doen. Het zou veel beter zijn om, net als de oude schrijvers, het getal acht te laten slaan op de opstanding. Die vond plaats op de achtste dag. En we weten dat het nieuwe leven daarvan afhankelijk is. Of je zou het getal acht kunnen laten slaan op heel de duur van het tegenwoordige leven. In dit leven moet het sterven steeds doorgaan, totdat we aan het eind van onze levensloop komen. Dan is ook het sterven volledig. Het zou trouwens ook heel goed kunnen dat God de besnijdenis tot de achtste dag uitstelde uit zorg voor de kwetsbaarheid van de kinderen. Voor pasgeborenen met nog een roze huid zou de wond nogal gevaarlijk zijn.

En hoeveel zinniger is hun bewering dat we eerst sterven en pas daarna door de doop begraven worden? De Schrift roept daar immers duidelijk tegenin dat we in de doop begraven worden op voorwaarde dat we sterven en daarna over die dood nadenken! Romeinen 6:4

Even grote onzin is wat ze verder zeggen: dat vrouwen niet gedoopt horen te worden, als de doop gelijk zou staan aan de besnijdenis. Het teken van de besnijdenis bewees dat het zaad van Israël geheiligd was. Als dat helemaal zeker is, dan blijkt daaruit ook dat dat teken gegeven werd om zowel mannen als vrouwen te heiligen. Maar het teken werd alleen in het lichaam van de mannen gegraveerd, omdat dat alleen bij hen van nature mogelijk was. Maar toch op een manier dat de vrouwen er in zekere zin via hen toch ook in deelden.

Weg dus met die dwaasheid! Laten we maar vasthouden dat de doop en de besnijdenis aan elkaar gelijk zijn. We zien dat duidelijk in het innerlijke mysterie, in de beloften, in het nut en in het effect.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.