4.15.20 – Een nooddoop is onnodig

0
427

Ook horen we te weten dat het verkeerd is als mensen zonder officiële functie zich de bediening van de doop aanmatigen. Want de uitdeling zowel van de doop als van het avondmaal is onderdeel van de bediening van de kerk. Immers, Christus heeft niet aan vrouwen of aan alle mogelijke mensen bevolen om te dopen. Nee, Hij heeft dit bevel gegeven aan degenen die Hij had aangesteld als apostelen. Mattheüs 28:19 En toen Hij de leerlingen bij het bedienen van het avondmaal beval te doen wat ze Hem hadden zien doen, vervulde Hij zelf de functie van wettige uitdeler. Ongetwijfeld wilde Hij dat ze ook op dat punt zijn voorbeeld zouden volgen. Lucas 22:19

Nu is het sinds vele eeuwen, ja haast vanaf het begin van de kerk, de gewoonte geweest dat bij levensgevaar, als er niet op tijd een dienaar aanwezig was, leken doopten. Maar ik zie niet met wat voor geldige argumenten dat verdedigd kan worden. Zelfs voor de oude schrijvers zelf, die deze gewoonte hadden of toestonden, stond het niet vast of het wel juist was dat het gebeurde. Augustinus laat merken dat hij eraan twijfelt, als hij zegt: ‘Als een leek, door noodzaak gedwongen, de doop bediend heeft, weet ik niet of het vroom is om te zeggen dat de doop herhaald moet worden. Want als het zonder dwingende noodzaak gebeurt, eigent men zich onterecht andermans taak toe. Maar als de noodzaak dringt, is het óf geen zonde, óf een vergeeflijke zonde.’1

Over vrouwen is trouwens op het concilie van Carthago (418) vastgesteld dat ze helemaal niet mogen dopen, zonder enige uitzondering.2

Maar, bestaat er dan geen gevaar dat iemand die ziek is, beroofd wordt van de genade van de nieuwe geboorte als hij zonder doop sterft? Absoluut niet. Als God belooft dat Hij de God zal zijn van ons en ons nageslacht, dan verklaart Hij dat Hij onze kinderen aanneemt als zijn kinderen vóórdat ze geboren worden. Genesis 17:7 Deze belofte bevat hun redding. Niemand zal God zo durven lasteren dat hij zou ontkennen dat Gods belofte op zichzelf voldoende is om in vervulling te gaan.

Slechts weinigen beseffen hoe veel schade het slecht uitgelegde dogma aangericht heeft dat de doop onmisbaar is om gered te worden. En als gevolg daarvan is men er ook minder voorzichtig mee. Want als de overtuiging heerst dat ieder die niet met water gedoopt is, verloren is, dan zijn we er nog slechter aan toe dan het oude volk. Alsof Gods genade nu beperkter zou zijn dan onder de wet! Want dan zul je moeten concluderen dat Christus niet gekomen is om de belofte te vervullen, maar om die af te schaffen. Want onder de wet was de belofte tot aan de achtste dag voldoende om redding te geven, maar nu zou de belofte krachteloos zijn zonder de hulp van het teken.

1Augustinus, Contra epistulam Parmeniani II, 13,29.

2Gratianus, Decretum III, 4,20.

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in