4.15.14 – Fysiek teken en geestelijke werkelijkheid

0
369

Nu ik heb uitgelegd met welke bedoeling de Heer de doop heeft ingesteld, kunnen we vervolgens gemakkelijk beoordelen hoe we de doop moeten gebruiken en ontvangen. Voor zover we de doop krijgen om ons geloof op te richten, te voeden en te versterken, moeten we hem aannemen als uit de hand van de auteur zelf. En we moeten er vast van overtuigd zijn dat Hij zelf door dit teken tegen ons spreekt. Dat Hij zelf ons reinigt en wast en de herinnering aan onze zonden uitwist. Dat Hij zelf ons laat delen in zijn dood, Satan zijn rijk afpakt en de krachten van onze hartstochten verlamt. Sterker nog, dat Hij zelf één met ons wordt, zodat wij, als we Hem aangetrokken hebben, als Gods kinderen beschouwd worden. Dat, zeg ik, Hij dit net zo betrouwbaar en zeker binnen in onze ziel uitvoert als we zien dat de buitenkant van ons lichaam gewassen, ondergedompeld en omhuld wordt.

Want deze analogie of overeenkomst is de zekerste regel voor de sacramenten: in fysieke dingen zien we de geestelijke dingen, net alsof ze zich voor onze ogen bevinden. Want de Heer wilde ze in zulke vormen aan ons presenteren. Niet omdat zulke genadegaven vastzitten aan het sacrament of erin opgesloten zitten, zodat we de genadegaven krijgen door de kracht van het sacrament. Nee, alleen omdat de Heer door dit teken voor ons wil getuigen van wat Hij wil: dat Hij ons dit allemaal wil schenken. En Hij voedt onze ogen niet enkel maar met een schouwspel. Nee, Hij brengt ons bij de werkelijkheid zelf. Wat het schouwspel symboliseert, laat Hij tegelijk daadwerkelijk in vervulling gaan.

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in