Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.14 – De sacramenten 4.14.26 – Augustinus over oude en nieuwe sacramenten

4.14.26 – Augustinus over oude en nieuwe sacramenten

Misschien zijn deze arme sofisten ook misleid door de overdreven lofprijzing op de sacramenten die je over deze tekenen leest bij oude schrijvers. Augustinus zegt bijvoorbeeld dat de sacramenten van de oude wet alleen maar de redder beloofden, maar dat onze sacramenten de redding geven.1 De sofisten hadden niet door dat deze en meer van zulke uitdrukkingen overdreven waren. Daarom hebben ze ook zelf overdreven dogma’s afgekondigd, maar met een heel andere betekenis dan wat de kerkvaders schreven. Want Augustinus bedoelt daar niets anders dan wat hij ergens anders schrijft: dat de sacramenten van de wet van Mozes verkondigden dat Christus zou komen, maar dat onze sacramenten verkondigen dat Hij gekomen is.2 En in Tegen Faustus de manicheeër schrijft hij dat de oude sacramenten beloften waren van dingen die nog vervuld moesten worden, maar dat de tegenwoordige sacramenten dingen aanwijzen die al vervuld zijn.3 Alsof hij wilde zeggen dat de oude sacramenten Christus afbeeldden toen Hij nog verwacht werd, maar dat onze sacramenten Hem laten zien als aanwezig, omdat Hij al gekomen is.

Hij spreekt verder over de manier waarop de sacramenten Christus aanduiden, zoals hij ook ergens anders laat zien. Hij zegt: ‘De wet en de profeten hadden sacramenten die iets in de toekomst van tevoren aankondigden. Maar de sacramenten van onze tijd verklaren dat dat waarvan de oude sacramenten voorzegden dat het zou komen, gekomen is.’4

En hij legt in meer dan één passage uit wat zijn opvatting was over de inhoud en de kracht van de oude sacramenten. Hij zegt bijvoorbeeld dat de sacramenten van de Joden anders waren qua tekenen, maar hetzelfde qua inhoud. Dat ze verschillend waren qua zichtbare vorm, maar hetzelfde qua geestelijke kracht.5

En: ‘In verschillende tekenen hetzelfde geloof. Want het is met verschillende tekenen net als met verschillende woorden. De klank van woorden verandert met de tijd. Woorden zijn dus niet anders dan tekenen. De aartsvaders dronken dezelfde geestelijke drank, maar niet dezelfde fysieke drank als wij. Je ziet dus dat de tekenen veranderd zijn, maar het geloof hetzelfde blijft. Destijds was de rots Christus. Voor ons is wat op het altaar gelegd wordt Christus. Zij dronken als een geweldig sacrament water uit de rots, wat wij drinken weten de gelovigen wel. Als je let op de zichtbare vorm is het iets anders. Maar als je let op de betekenis die erdoor wordt aangeduid, hebben zij dezelfde geestelijke drank gedronken.’6

Ergens anders: ‘Hun voedsel en drank is in het sacrament hetzelfde als die van ons. Maar alleen hetzelfde qua betekenis, niet qua vorm. Want in de rots werd voor hen dezelfde Christus afgebeeld als de Christus die aan ons geopenbaard is in het vlees.’7

Toch geef ik toe dat er op dit punt ook een verschil is. Beide soorten sacramenten verklaren dat ons Gods vaderlijke welwillendheid in Christus en de gaven van de Heilige Geest worden aangeboden. Maar onze sacramenten doen dat helderder en duidelijker. Beide soorten laten Christus zien, maar onze sacramenten rijker en voller, in overeenstemming met het verschil tussen het Oude en het Nieuwe Testament dat ik hierboven behandeld heb.

En dat bedoelt dezelfde Augustinus ook – ik citeer hem meerdere keren als de beste en betrouwbaarste getuige uit heel de oude kerk – als hij leert dat na de openbaring van Christus sacramenten zijn ingesteld die minder in aantal, heerlijker qua betekenis en sterker qua kracht zijn.8

Verder is het goed dat de lezers hier kort op gewezen worden: alles wat de sofisten kletsen over het opus operatum – het ‘gewerkte werk’ in hun jargon – is niet alleen onjuist, maar ook in strijd met de aard van de sacramenten die God heeft ingesteld. De gelovigen moeten zonder goede dingen en arm naar de sacramenten komen. Ze mogen niets meebrengen dan hun grote armoede. Dat betekent dus dat ze, als ze de sacramenten ontvangen, niets doen waarmee ze lof verdienen en dat hun in deze handeling geen enkele daad kan worden toegeschreven. Want ze zijn daarbij volledig passief. God doet alles. Wij krijgen alleen.

1Augustinus, Enarrationes in Psalmos, Psalm 73.

2Augustinus, Quaestiones in heptateuchum IV, 33.

3Augustinus, Contra Faustum Manichaeum XIX, 14.

4Augustinus, Contra litteras Petiliani Donatistae Cirtensis episcopi II, 37,87.

5Augustinus, In Ioannis euangelium tractatus, 26,12.

6Augustinus, In Ioannis euangelium tractatus, 45,9.

7Augustinus, Enarrationes in Psalmos, Psalm 77, 2.

8Augustinus, Contra Faustum Manichaeum XIX, 13; Augustinus, De doctrina christiana III, 9,13; Augustinus, Epistulae, 54,1.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.