Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.14 – De sacramenten 4.14.21 – Besnijdenis, reiniging, offers

4.14.21 – Besnijdenis, reiniging, offers

Deze dingen worden nog veel duidelijker als ze een voor een uitgelegd zijn.

De besnijdenis was voor de Joden een symbool dat hen erop wees dat alles wat voortkomt uit mensenzaad – de hele menselijke natuur – bedorven is en het nodig heeft om gesnoeid te worden. Bovendien was de besnijdenis een bewijs en herinneringsteken dat hun geloof versterkte in de belofte die gegeven was aan Abraham over het gezegende zaad. In dat zaad zouden alle volken op aarde gezegend worden en daarvan moesten ook de Joden zelf hun zegen verwachten. Genesis 22:18 Nu leert Paulus ons dat dat reddende zaad Christus was. Galaten 3:16 De Joden vertrouwden erop dat ze alleen in Hem zouden terugkrijgen wat ze in Adam verloren hadden. Daarom was de besnijdenis voor hen wat het voor Abraham was: een zegel van de rechtvaardigheid door geloof. Romeinen 4:11 Dat wil zeggen: een zegel dat hen er nog vaster van verzekerde dat hun geloof waarmee ze dat zaad verwachtten hun door God zou worden toegerekend als rechtvaardigheid. Maar we krijgen ergens anders een betere gelegenheid om de besnijdenis en de doop uitgebreid met elkaar te vergelijken.

De rituele wassingen en reinigingen hielden de Joden de onreinheid, smerigheid en besmetting voor ogen waarmee ze van nature besmeurd waren. En ze beloofden hun een ander bad waarmee al hun smerigheid afgewist en afgewassen zou worden. Dit bad was Christus. Hebreeën 9:10-14 Als we door zijn bloed gewassen zijn, brengen we zijn reinheid God onder ogen. Dan bedekt zijn reinheid al onze onreinheid. 1 Johannes 1:7; Openbaring 1:5

De offers lieten de Joden hun onrechtvaardigheid zien. Bovendien leerden ze hun dat er betaling nodig was om Gods oordeel genoegdoening te geven. Er zou dus een betrouwbare hogepriester komen, de middelaar tussen God en mensen. Die zou God genoegdoening geven door zijn bloed uit te gieten en een offer te offeren dat voldoende zou zijn om de zonden te vergeven. Die hogepriester was Christus. Hebreeën 4:14; 5:5; 9:11 Hij heeft zijn eigen bloed uitgegoten. Hij is zelf het offer geweest. Want Hij heeft zichzelf gehoorzaam aan de Vader geofferd in de dood. Filippenzen 2:8 Door die gehoorzaamheid heeft Hij de ongehoorzaamheid van de mens, die Gods woede gewekt had, ongedaan gemaakt. Romeinen 5:19

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.

FunctionalOur website uses functional cookies. These cookies are necessary to let our website work.

AnalyticalOur website uses analytical cookies to make it possible to analyze our website and optimize for the purpose of a.o. the usability.

Social mediaOur website places social media cookies to show you 3rd party content like YouTube and FaceBook. These cookies may track your personal data.

AdvertisingOur website places advertising cookies to show you 3rd party advertisements based on your interests. These cookies may track your personal data.

OtherOur website places 3rd party cookies from other 3rd party services which aren't Analytical, Social media or Advertising.