Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.13 – Geloften 4.13.20 – Verkeerde geloften moet je breken

4.13.20 – Verkeerde geloften moet je breken

Ik geloof dat ik nu duidelijk genoeg heb uitgelegd wat voor geloften legitiem zijn en God plezier doen. Maar soms twijfelen onervaren en angstige mensen in hun geweten over de vraag of ze zich aan een gelofte moeten binden, zelfs als die gelofte hun tegenstaat en ze die afkeuren. Ze worden er zwaar door gekweld, omdat ze God hun woord gegeven hebben en ervoor terugschrikken dat woord te breken. Terwijl ze aan de andere kant bang zijn dat ze nog meer zondigen door zich aan hun woord te houden. Daarom moet ik hun hier hulp bieden, zodat ze zich uit dit probleem kunnen bevrijden.

Ik zal in één keer alle bezwaren uit de weg ruimen. Dat doe ik door te zeggen dat alle niet legitieme geloften niet gedaan zijn zoals het hoort, voor God geen enkele waarde hebben en daarom ook voor ons ongeldig moeten zijn. Bij contracten tussen mensen zijn we alleen gebonden aan beloften waar degene met wie wij het contract aangaan ons aan wil houden. Het is dus absurd als we wel gedwongen zouden zijn dingen uit te voeren die God echt niet van ons eist. Vooral omdat onze daden alleen goed zijn als ze God plezier doen en ons geweten ervan getuigt dat ze Hem plezier doen.

Want dit blijft overeind staan: ‘Alles wat niet voortkomt uit geloof, is zonde.’ Romeinen 14:23 Daarmee bedoelt Paulus dat iets wat je vol twijfel doet, zondig is, omdat geloof de wortel is van alle goede daden. Door geloof zijn we er zeker van dat ze God plezier doen. Een christen mag dus nergens aan beginnen zonder deze zekerheid. Als hij uit onwetendheid en onbezonnenheid iets op zich genomen heeft, waarom zou hij er dan niet van mogen afzien als hij van zijn dwaling bevrijd is? Dat geldt voor alle onbezonnen gedane beloften. Daar zijn we dus niet alleen niet aan gebonden. Nee, het is zelfs nodig om ze te breken.

En wat zegt het ons dat ze in Gods ogen niet alleen waardeloos zijn, maar zelfs weerzinwekkend? Ik heb dat hiervóór immers laten zien. Het is overbodig om nog langer een zinloze kwestie te behandelen. Dit ene argument lijkt me meer dan voldoende om mensen met een vroom geweten gerust te stellen en van elke bezwaar te bevrijden: alle daden die niet opborrelen uit een zuivere bron en niet gericht zijn op een legitiem doel, worden door God verworpen. En wel zo verworpen dat Hij niet niet alleen verbiedt eraan te beginnen, maar evengoed om ermee door te gaan. Op basis daarvan kunnen we concluderen dat geloften die voortkomen uit dwaling en bijgeloof, voor God geen waarde hebben en dat wie die moeten opgeven.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. Een verbeterde versie van deze vertaling is verkrijgbaar in druk en als e-book. Het zal nog even duren voor alle laatste correcties ook op de website doorgevoerd zijn.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.