Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.13 – Geloften 4.13.17 – Kloostergeloften en de gelofte van kuisheid

4.13.17 – Kloostergeloften en de gelofte van kuisheid

Laten we dan nu kijken door wat voor geloften monniken tegenwoordig worden ingewijd in deze schitterende stand.

In de eerste plaats is het hun bedoeling om op een nieuwe en verzonnen manier God te gaan dienen om daarmee bij God iets te verdienen. Daarom concludeer ik op basis van wat ik hiervóór gezegd heb dat alles wat zij beloven in Gods ogen weerzinwekkend is.

In de tweede plaats bedenken ze een manier van leven die hun bevalt, zonder erop te letten of God hen ertoe roept of dat Hij het goedkeurt. Daarom is dat volgens mij een overmoedig en daarom onwettig waagstuk. Want hun geweten kan voor God nergens op steunen. En alles wat niet voortkomt uit geloof, is zonde. Romeinen 14:23

In de derde plaats bevat het monnikwezen van tegenwoordig veel verkeerde en goddeloze rituelen. Daar binden zij zich aan en daarom beweer ik dat ze niet aan God, maar aan een demon gewijd worden. Want waarom mochten de profeten zeggen dat de Israëlieten hun kinderen aan demonen offerden en niet aan God? Deuteronomium 32:17; Psalm 106:37 Dat mochten ze zeggen enkel omdat de Israëlieten de juiste manier om God te dienen bedorven hadden met onheilige rituelen. En waarom zouden wij dan niet hetzelfde mogen zeggen over de monniken? Als zij hun kap omslaan, doen ze tegelijk daarmee een strik om van duizend goddeloze vormen van bijgeloof.

Nou, wat voor geloften doen zij? Ze beloven God een altijd blijvende maagdelijke reinheid, alsof ze vooraf met God een verbond gesloten hadden dat Hij hen zou bevrijden van de onmisbaarheid van het huwelijk. Ze moeten niet aanvoeren dat ze deze belofte alleen maar doen uit vertrouwen op Gods genade. Want Hij verklaart zelf dat niet iedereen dit krijgt. Mattheüs 19:11-12 Daarom is het ons niet toegestaan erop te vertrouwen dat wij deze speciale gave krijgen. Als je die gave hebt, dan mag je die gebruiken. Maar als je op een bepaald moment merkt dat je vlees je in beroering brengt, dan moet je je toevlucht nemen tot de hulp van Hem met wiens kracht alleen je je ertegen kunt verzetten. Als je niet vooruitkomt, dan moet je niet het geneesmiddel afwijzen dat je wordt aangeboden. Als je het vermogen geweigerd wordt om je te onthouden, dan wordt je door een onmiskenbaar woord van God geroepen tot het huwelijk. 1 Korinthiërs 7:9

Ik noem het geen onthouding als alleen het lichaam zuiver wordt gehouden van ontucht. Nee, onthouding noem ik het alleen als de geest bewaard wordt in een smetteloze kuisheid. Immers, Paulus leert dat je niet alleen moet oppassen voor uiterlijke wellust, maar ook dat je hart niet gaat branden.

De monniken zeggen dat dit sinds mensenheugenis in praktijk gebracht is doordat degenen die zich volledig aan de Heer wilden wijden, zich bonden door een gelofte van onthouding. Nu geef ik toe dat deze gewoonte ook vroeger gebruikelijk was. Maar ik geef niet toe dat die tijd zo volledig zonder gebreken was dat we alles wat men toen deed, nu als norm moeten beschouwen. En slechts langzamerhand sloop er deze onverbiddelijke strengheid in dat je, als je een gelofte gedaan had, geen gelegenheid meer kreeg om die te herroepen.

Dat blijkt uit de woorden van Cyprianus: ‘Als maagden zich uit geloof aan Christus gewijd hebben, dan moeten ze kuis en rein volhouden, zonder ook maar even in opspraak te komen. Ze moeten zo sterk en standvastig het loon op hun maagdelijkheid verwachten. Maar als ze niet willen of kunnen volhouden, is het beter dat ze trouwen dan dat ze door hun genot in het vuur vallen.’1

Als nu iemand de gelofte van onthouding met een dergelijke redelijkheid zou willen beperken, met wat voor verwijten zouden de monniken hem dan niet willen verscheuren? Ze zijn dus heel ver van die oude gewoonte afgeweken. Want ze staan niet alleen geen enkele beperking of toegeeflijkheid toe als iemand niet in staat blijkt zich aan zijn gelofte te houden. Nee, ze verklaren zelfs zonder schaamte dat je erger zondigt als je je gebrek aan zelfbeheersing geneest door een vrouw te nemen, dan wanneer je je lichaam en ziel besmeurt met ontucht.

1Cyprianus van Carthago, Epistulae, 4,2.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.