4.13.16 – Bezwaren tegen het oude monnikbestaan

0
222

Ik vertrouw erop dat ik met deze vergelijking tussen het oude en het nieuwe monnikbestaan bereikt heb wat ik wilde: het blijkt dat onze kapdragers om hun beroep te verdedigen onterecht het voorbeeld gebruiken van de eerste kerk. Want ze verschillen net zo sterk van de oude monniken als apen verschillen van mensen.

Ondertussen ontken ik niet dat ook die oude vorm, die Augustinus aanprijst, iets heeft dat mij slecht aanstaat. Ik geef toe dat de oude monniken niet bijgelovig waren in de uiterlijke trainingen van hun strenge discipline. Maar volgens mij gingen ze wel wat te ver in hun neigingen en was hun ijver wel wat misplaatst.

Het was mooi om afstand te doen van je bezit en vrij te zijn van alle aardse zorgen. Maar God waardeert meer de zorg om vroom je gezin te regeren, als een heilige huisvader zich dat voorhoudt als een bepaalde roeping om God te dienen, los en vrij van alle hebzucht, eerzucht en andere begeerten van het vlees.

Het is mooi om in afzondering, ver van de omgang met mensen, te filosoferen. Maar het is geen teken van christelijke nederigheid als je uit haat voor het menselijk geslacht naar een eenzame woestijn vlucht en bovendien de plichten in de steek laat die de Heer in de eerste plaats geboden heeft.

Zelfs al zouden we toegeven dat er in het monnikwezen geen ander kwaad stak, dan was dit in elk geval geen onbeduidend kwaad. Het heeft een nutteloos en gevaarlijk voorbeeld ingevoerd in de kerk.

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in