Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.11 – Kerkelijke rechtspraak 4.11.3 – Kerkelijke en burgerlijke rechtspraak

4.11.3 – Kerkelijke en burgerlijke rechtspraak

Sommigen beelden zich in dat dit allemaal slechts tijdelijk was, zolang de overheidspersonen onze godsdienst nog niet beleden. Maar dat is een vergissing van hen. Want ze beseffen niet hoeveel en wat voor verschil er is tussen de kerkelijke en de burgerlijke regering. De kerk heeft immers niet het recht om het zwaard te gebruiken om te straffen of in bedwang te houden. Ze heeft geen macht om te dwingen, geen gevangenis en geen andere straffen die de overheid wel vaak oplegt. Bovendien gaat het haar er niet om dat degene die gezondigd heeft tegen zijn wil gestraft wordt, maar dat hij zich vrijwillig onderwerpt aan de tucht en zo laat zien dat hij berouw heeft. Er is dus een heel groot verschil. De kerk claimt niets voor zichzelf dat hoort bij de overheid. En de overheid kan niet uitvoeren wat de kerk moet doen.

Dit is gemakkelijker te begrijpen met een voorbeeld. Als er iemand dronken is, zal hij in een goed ingerichte stad een celstraf krijgen. Pleegt hij overspel, dan krijgt hij dezelfde straf of liever een nog zwaardere. Zo wordt er voldaan aan de wetten, de overheid en het uiterlijke recht. Maar het zou kunnen dat hij geen enkel teken van berouw laat zien. Sterker nog, dat hij erover moppert en ertegen tekeergaat. Mag de kerk het daarbij laten? Maar zo iemand kan niet worden toegelaten aan het avondmaal. Dan zou Christus en zijn heilige instelling onrecht gedaan worden! En het is logisch als degene die de kerk aanstoot gegeven heeft met zijn slechte voorbeeld, dat weer goedmaakt door in het openbaar te verklaren dat hij berouw heeft.

Degenen die er anders over denken, komen met een waardeloos argument. Ze zeggen: Christus droeg deze taak op aan de kerk toen er nog geen overheid was die die taak wilde uitvoeren. Maar vaak is de overheid veel te nalatig. Sterker nog, soms moet de overheid misschien zelf wel gestraft worden. Dat is ook keizer Theodosius overkomen. Bovendien zou je hetzelfde kunnen zeggen van heel de Woordbediening. Dus volgens hen moeten de herders nu maar stoppen met het berispen van openbare zonden. Ze moeten nu maar stoppen met vermanen, beschuldigen en verwijten. Want er zijn christelijke overheidspersonen die zulke dingen moeten bestraffen met wetten en met het zwaard. Maar zoals de overheid met straf en dwang de kerk moet zuiveren van dingen die aanstoot gegeven, zo moet de dienaar van het Woord van zijn kant de overheid steunen en ervoor zorgen dat er niet heel veel zondigen. Beide taken moeten dus zo met elkaar verbonden zijn dat ze elkaar helpen in plaats van hinderen.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.