4.11.16 – Geestelijken moeten zich onderwerpen aan de wereldlijke overheid

0
229

Met deze uitzondering wilden de heilige mannen alleen maar voorkomen dat minder vrome vorsten met hun tirannieke geweld en hun willekeur de kerk zouden hinderen in het uitvoeren van haar taak. Immers, zij keurden het niet af als vorsten soms in kerkelijke zaken hun gezag gebruikten. Als dat maar gebeurde om de orde in de kerk te bewaren en niet om die te verstoren. Als het maar gebeurde om de tucht te bevestigen en niet om die af te breken. De kerk heeft niet de macht om te dwingen en moet die macht ook niet willen hebben. Ik heb het dan over burgerlijke dwang. Daarom is het de taak van vrome koningen en vorsten om door wetten, besluiten en rechterlijke uitspraken de godsdienst overeind te houden.

Daarom bevestigde Gregorius de Grote het bevel dat keizer Mauritius gaf aan sommige bisschoppen om hun buren en collega-bisschoppen te ontvangen, die door de barbaren waren verdreven. Gregorius spoort hen aan om dit bevel te gehoorzamen.1 En toen dezelfde keizer hem waarschuwde dat hij zich moest verzoenen met Johannes, de bisschop van Constantinopel, gaf hij weliswaar aan dat hem niets te verwijten viel. Maar hij pochte niet dat hij immuniteit bezat tegenover een wereldlijke rechtbank. Nee, hij beloofde juist dat hij zou gehoorzamen voor zover zijn geweten hem dat toestond. Bovendien zei hij dat Mauritius, toen hij de priester zulke dingen beval, deed wat een vrome keizer hoorde te doen.2

1Gregorius de Grote, Epistulae I, 42.

2Gregorius de Grote, Epistulae IV, 32 en 34; VII, 39.

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in