Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.11 – Kerkelijke rechtspraak 4.11.12 – De schenking van Constantijn de Grote

4.11.12 – De schenking van Constantijn de Grote

Wat betreft de schenking van Constantijn de Grote: als je maar een beetje thuis bent in de geschiedverhalen uit die tijd, hoeft je niet geleerd te worden dat dit niet alleen ongeloofwaardig, maar zelfs belachelijk is. Maar ik laat die geschiedverhalen rusten. Alleen Gregorius de Grote is al een geschikte en heel betrouwbare getuige in deze kwestie. Want telkens als hij het over de keizer heeft, noemt hij die zijn heel genadige heer en zichzelf de onwaardige dienaar van de keizer.

En ergens anders zegt hij: ‘Onze heer moet, vanwege zijn aardse macht, niet te snel boos worden op de priesters. Hij moet goed bedenken wiens dienaren zij zijn. Omwille van Hem moet hij zo over hen regeren dat hij hun ook de verschuldigde eerbied bewijst.’1 We zien dat Gregorius beschouwd wil worden als iemand van het volk, samen onderworpen aan de keizer. Want hij pleit hier niet voor iemand anders, maar voor zichzelf.

Ergens anders zegt hij: ‘Ik vertrouw op de almachtige God, dat Hij onze vrome heren een lang leven zal geven en ons onder uw hand zal leiden volgens zijn barmhartigheid.’2

Ik haal deze citaten niet aan omdat ik de kwestie van de schenking van Constantijn grondig wil onderzoeken. Ik wil alleen maar dat mijn lezers in het voorbijgaan zien hoe kinderachtig de roomsen liegen als ze hun paus een aardse regeermacht proberen toe te kennen.

Extra schandelijk is het daarom dat Augostino Steuco3 zo onbeschaamd geweest is om in zo’n hopeloze zaak zijn arbeid en tong te verkopen aan de paus van Rome. Lorenzo Valla had deze fabel overtuigend weerlegd. Voor een geleerd en intelligent man was dat niet moeilijk. Maar in kerkelijke zaken had hij niet voldoende ervaring. Daarom had hij niet alles gezegd wat voor deze kwestie relevant was. Steuco komt naar voren en strooit weerzinwekkende praatjes rond om het heldere licht te verduisteren. En hij behartigt de zaak van zijn heer echt net zo onbenullig als een of andere grappenmaker zou doen in een parodie om Valla te ondersteunen. Wat een belangrijke kwestie! Die is het echt waard dat de paus met geld zulke beschermers inhuurt! En even waard zijn die ingehuurde keffers het dat ze in hun winstbejag bedrogen uitkomen – zoals Steuco overkomen is.

1Gregorius de Grote, Epistulae II, 5; III, 20; II, 61; IV, 31.

2Gregorius de Grote, Epistulae IV, 34.

3Agostino Steuco (1497/1498-1548), Italiaanse humanist.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.