4.11.11 – De wereldlijke macht van de paus

0
456

Uiteindelijk was de paus van Rome niet tevreden met middelmatige provincies en heeft hij eerst zijn hand gelegd op koninkrijken en daarna zelfs op het keizerrijk. Hij heeft die enkel door diefstal in handen gekregen, maar om ze te kunnen behouden gebruikt hij het ene moment als voorwendsel een goddelijk recht, dan weer de schenking door Constantijn de Grote en dan weer nog een andere juridische basis.

Om te beginnen antwoord ik met Bernardus van Clairvaux: ‘Stel dat hij inderdaad op een of andere manier aanspraak kan maken op dit bezit. Toch kan hij dat niet volgens apostolisch recht. Petrus kon immers niet geven wat hij niet had. Nee, hij heeft zijn opvolgers alleen gegeven wat hij had: de zorg voor de kerken. En de Heer en leermeester zegt dat Hij niet aangesteld is als rechter over twee mensen. Lucas 12:14 Dus moet de slaaf en leerling het niet beneden zijn waardigheid vinden als hij geen rechter is over alle mensen.’

En Bernardus heeft het over de burgerlijke rechtspraak, want hij voegt eraan toe: ‘Uw macht ligt dus in zonden en niet in bezit. Want u hebt de sleutels van het koninkrijk van de hemel gekregen om de zonden en niet om bezit. Wat vindt u eervoller? De macht om zonden te vergeven of de macht om landgoederen te verdelen? Ze zijn niet te vergelijken. Deze zwakke en aardse dingen hebben hun eigen rechters: de koningen en vorsten van de aarde. Waarom dringt u het gebied van iemand anders binnen?’

En – hij heeft het tegen paus Eugenius III: ‘U bent machthebber. Waarom? Volgens mij toch niet om te regeren. Dus al denken we nog zo veel van onszelf, we moeten bedenken dat ons een bediening is opgelegd. We hebben geen macht gekregen om te regeren. U moet leren dat u een wan nodig hebt, geen scepter.’

En: ‘Het is duidelijk: het wordt de apostelen verboden om te regeren. U moet dus maar uw gang gaan en u als regeerder het apostelschap aan durven matigen of als drager van het apostelschap de macht om te regeren.’ En meteen daarna: ‘Zo ziet het apostelschap eruit: regeren is verboden, bedienen is verplicht.’1

Zoals deze man dit zegt, is het voor ieder duidelijk dat hij de waarheid zelf spreekt. Sterker nog, dit is zo duidelijk dat we geen woord meer hoeven te zeggen. Toch heeft de paus van Rome zich er niet voor geschaamd om op het concilie van Arles (1234) te besluiten dat hij door goddelijk recht het hoogste recht heeft op zowel het wereldlijke als het geestelijke zwaard.

1Bernardus van Clairvaux, De consideratione ad Eugenium I, 6,7; II, 6,9-11.

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in