Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.10 – Kerkelijke wetten 4.10.8 – Twee redenen waarom God de enige wetgever is

4.10.8 – Twee redenen waarom God de enige wetgever is

Deze hele kwestie draait dus hierom: als God de enige wetgever is, is het mensen niet toegestaan om zich die eer aan te matigen. Daarom moeten we tegelijk de twee redenen in gedachten houden die ik genoemd heb, waarom de Heer dit alleen aan zichzelf toekent.

De eerste reden is dat zijn wil voor ons de volmaakte norm moet zijn voor alle rechtvaardigheid en heiligheid. En dus moet in het kennen van die wil de volmaakte kennis liggen om goed te leven.

De tweede reden is dat – als je vraagt wat de manier is om Hem goed te dienen, zoals het hoort – Hij alleen over onze ziel moet regeren. We moeten Hem gehoorzamen en van zijn wil afhankelijk zijn.

Als we deze twee redenen in gedachten houden, kunnen we gemakkelijk beoordelen welke bepalingen van mensen met Gods Woord in strijd zijn. Dat zijn alle bepalingen van het soort waarvan men beweert dat ze te maken hebben met het echt dienen van God en waaraan het geweten gebonden wordt om zich daaraan te houden, alsof het onmisbaar is om je eraan te houden. We moeten dus bedenken dat alle menselijke wetten op deze weegschaal gewogen moeten worden, als we een betrouwbare test willen hebben die ons nergens laat afdwalen.

Paulus gebruikt de eerste reden als hij in de brief aan de Kolossenzen valse apostelen bestrijdt, die de kerken met nieuwe lasten proberen te onderdrukken. Kolossenzen 2:8 In de brief aan de Galaten maakt hij bij een vergelijkbare zaak meer gebruik van de tweede reden. Galaten 5:1-12

In de brief aan de Kolossenzen beargumenteert Paulus dus dat we de leer over hoe we God echt moeten dienen, niet moeten zoeken bij mensen. Want de Heer heeft ons betrouwbaar en volledig onderwezen hoe Hij gediend moet worden. Om dit te bewijzen, zegt hij in Kolossenzen 1 dat het evangelie alle wijsheid bevat waardoor de mens van God in Christus volmaakt kan worden. Kolossenzen 1:28 Aan het begin van Kolossenzen 2 zegt hij dat alle schatten van wijsheid en kennis verborgen liggen in Christus. Kolossenzen 2:3 Op basis daarvan concludeert hij vervolgens dat de gelovigen moeten oppassen dat ze niet door loze filosofie van Christus’ kudde worden afgeleid, volgens de bepalingen van mensen. Kolossenzen 2:8 Maar aan het eind van dat hoofdstuk veroordeelt hij nog vrijmoediger alle eigenwillige godsdienst. Dat wil zeggen: alle verzonnen diensten die mensen zelf bedenken of van anderen overnemen en alle geboden over het dienen van God die ze op eigen initiatief durven leren. Kolossenzen 2:16-23 We begrijpen dus dat alle bepalingen waarvan men beweert dat je je daaraan moet houden om God te dienen, goddeloos zijn!

En de passages waar Paulus uitdrukkelijk tegen de Galaten zegt dat je het geweten niet in strikken mag vangen, omdat alleen God het geweten moet regeren, zijn duidelijk genoeg. Vooral in Galaten 5. Galaten 5:1-12 Daarom moet het maar genoeg zijn dat ik ze genoemd heb.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.