Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.10 – Kerkelijke wetten 4.10.5 – Menselijke wetten en het geweten

4.10.5 – Menselijke wetten en het geweten

Laten we nu terugkeren naar menselijke wetten. Als die gemaakt worden om ons bang te maken, alsof het op zichzelf nodig is om je aan die wetten te houden, dan wordt volgens mij het geweten iets opgelegd dat het niet opgelegd zou mogen worden. Want ons geweten heeft alleen te maken met God en niet met mensen.

Daarop slaat het gebruikelijke onderscheid tussen de aardse rechtbank en de rechtbank van het geweten. Toen de hele wereld gehuld was in een dikke duisternis van onwetendheid, bleef toch deze kleine lichtvonk over: men erkende dat het geweten van een mens boven alle menselijke oordelen stond. Wat men in theorie erkende, haalde men weliswaar later in de praktijk onderuit. Maar toch wilde God dat ook toen een getuigenis bleef bestaan van de christelijke vrijheid, om de gewetens te bevrijden van de tirannie van mensen.

Maar het probleem dat de woorden van Paulus opleveren, is nog niet opgelost. Want als je de overheid niet alleen moet gehoorzamen uit angst voor straf, maar ook omwille van het geweten, Romeinen 13:5 dan lijkt dat tot gevolg te hebben dat de wetten van de overheid ook over het geweten heersen. En als dat waar is, moet je hetzelfde ook zeggen over kerkelijke wetten.

Mijn antwoord is in de eerste plaats dat je hier onderscheid moet maken tussen algemeen en specifiek. De wetten op zichzelf raken het geweten niet. Toch zijn we eraan gebonden door een algemeen gebod van God dat ons het gezag van de overheid voorhoudt. En Paulus’ redenering draait om dit punt: we moeten de overheid eren omdat ze door God is aangesteld. Romeinen 13:1 Maar ondertussen leert hij echt niet dat de wetten die door de overheid geschreven worden te maken hebben met de innerlijke regering over de ziel. Want overal plaatst hij het dienen van God en de geestelijke regel om rechtvaardig te leven boven alle mogelijke bepalingen van mensen.

Er is nog een tweede punt waar we op moeten letten, al hangt dat met het vorige punt samen. Het is nodig om je aan menselijke wetten te houden, of ze nu door de overheid of door de kerk gemaakt worden. Dan heb ik het over goede en rechtvaardige wetten. Toch binden zulke wetten op zichzelf het geweten niet. Want dat het nodig is om je eraan te houden, heeft te maken met een algemeen doel. Het zit hem niet in de specifieke dingen die geboden worden. Echter, wetten die een nieuwe manier voorschrijven om God te dienen en vrije dingen onmisbaar maken, zijn heel anders dan dit soort wetten.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.