Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.10 – Kerkelijke wetten 4.10.4 – Binding en vrijheid van het geweten

4.10.4 – Binding en vrijheid van het geweten

Dus zoals onze daden betrekking hebben op de mensen, zo heeft het geweten betrekking op God. Een goed geweten is dus niets anders dan een innerlijk oprecht hart.

Dat bedoelt Paulus als hij schrijft dat het vervullen van de wet liefde is die voortkomt uit een zuiver geweten en een ongehuicheld geloof. 1 Timotheüs 1:5 Verderop in hetzelfde hoofdstuk laat hij ook zien hoe groot het verschil is tussen het geweten en inzicht, als hij zegt dat sommigen in hun geloof schipbreuk geleden hebben omdat ze een goed geweten hebben opgegeven. 1 Timotheüs 1:19 Met die woorden geeft hij aan dat een goed geweten een levend verlangen is om God te dienen en een oprechte begeerte om vroom en heilig te leven.

Weliswaar wordt het geweten soms ook in verband gebracht met mensen. Bijvoorbeeld als dezelfde Paulus bij Lucas verklaart dat hij zijn best gedaan heeft om voor God en mensen te wandelen met een goed geweten. Handelingen 24:16 Maar dat wordt zo gezegd omdat de vruchten van een goed geweten naar de mensen stromen en hen raken. Maar in eigenlijke zin slaat het geweten alleen op God, zoals ik al gezegd heb.

Vandaar dat we van een wet waar een mens simpelweg aan gebonden is, zonder op de mensen te letten of rekening met hen te houden, zeggen dat die wet het geweten bindt. Bijvoorbeeld: God gebiedt niet alleen ons hart kuis te houden en rein van alle wellust. Hij verbiedt ook obscene taal en uiterlijke losbandigheid. Mijn geweten wordt verplicht zich aan deze wet te houden, zelfs al zou er geen enkel ander mens op aarde leven. Dus wie zich onkuis gedraagt, zondigt niet alleen omdat hij zijn broeders een slecht voorbeeld geeft. Nee, zijn geweten verklaart hem ook schuldig tegenover God.

Maar met dingen die erop zichzelf niet toe doen, zit het anders. Dingen die anderen aanstoot geven, moeten we nalaten. Maar het geweten blijft dan vrij. Zo spreekt Paulus over het vlees dat aan afgoden geofferd is. Hij zegt: ‘Als er iemand bezwaar maakt, raak het dan niet aan, omwille van het geweten. Maar daarmee bedoel ik niet jouw eigen geweten, maar dat van de ander.’ 1 Korinthiërs 10:28-29 Een gelovige zou zondigen als hij gewaarschuwd is en toch zulk vlees eet. Hij moet zich er dus van onthouden omwille van zijn broeder. Dat gebiedt God. Toch blijft hij een vrij geweten houden. We zien dus dat deze wet alleen het uiterlijke gedrag bindt, maar het geweten vrij laat.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.