Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.10 – Kerkelijke wetten 4.10.29 – Geen zinloze pracht en praal

4.10.29 – Geen zinloze pracht en praal

Iets dat alleen bestaat uit leeg vermaak, moeten we dus geen fatsoen noemen. Een voorbeeld daarvan zien we in die toneeluitrusting die de pausgezinden bij hun godsdienst gebruiken. Daar valt niets anders te zien dan een zinloze pracht en praal die niets oplevert. Nee, fatsoen moet voor ons zijn wat ons helpt om eerbied te hebben voor de heilige mysteries en zo een training vormt in vroomheid. Of in elk geval wat gebruikt wordt als een versiering die in overeenstemming is met de handeling. Zo’n versiering mag ook niet nutteloos zijn, maar moet de gelovigen eraan herinneren hoe ingetogen, vroom en eerbiedig ze met de heilige handelingen moeten omgaan. Bovendien, om ons te kunnen trainen in vroomheid, is het nodig dat de rituelen ons rechtstreeks naar Christus leiden.

En zo moeten we ook orde niet zoeken in die betekenisloze pracht en praal. Die heeft alleen maar een loze schittering. Nee, orde moeten we zoeken in een inrichting die een eind maakt aan alle wanorde, onbeschaafdheid, ongehoorzaamheid, oproer en onenigheid.

Bij Paulus vinden we voorbeelden van fatsoen: we mogen het heilig avondmaal niet vermengen met onheilige drinkgelagen 1 Korinthiërs 11:21-22 en vrouwen mogen alleen in het openbaar verschijnen met het hoofd bedekt. 1 Korinthiërs 11:5 En heel veel andere voorbeelden vinden we in ons dagelijks gebruik. Bijvoorbeeld: bidden doen we met gebogen knieën en ontbloot hooft. De sacramenten van de Heer bedienen we niet nonchalant, maar met enige waardigheid. Bij het begraven van de doden gebruiken we enig fatsoen. En meer van zulke voorbeelden van dit soort.

Onder orde vallen de tijdstippen die bestemd zijn voor de openbare gebeden, voor de samenkomsten en heilige handelingen. In de samenkomsten zelf de rust en het stil zijn en zwijgen. De plaatsen die voor de samenkomsten bestemd zijn. Het samen zingen van liederen. De dagen die vastgesteld zijn voor het vieren van het avondmaal van de Heer. Ook dat Paulus verbiedt dat vrouwen in de kerk onderwijs geven. 1 Korinthiërs 14:34 En meer van zulke dingen. Vooral horen hierbij de bepalingen die de discipline bewaren, zoals het catechetisch onderwijs, de kerkelijke tucht, de ban, het vasten en wat we verder nog kunnen noemen van dit soort dingen.

Alle kerkelijke bepalingen die we als heilig en gezond accepteren, kunnen we dus in twee categorieën verdelen. Want de ene categorie heeft te maken met gebruiken en rituelen en de andere met discipline en vrede.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. Een verbeterde versie van deze vertaling is verkrijgbaar in druk en als e-book. Het zal nog even duren voor alle laatste correcties ook op de website doorgevoerd zijn.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.