4.10.28 – Het verschil tussen goede en slechte kerkelijke bepalingen

0
87

We hebben dus een heel goed en heel betrouwbaar kenmerk dat het verschil laat zien tussen goddeloze bepalingen – die, zoals ik gezegd heb, de ware godsdienst verduisteren en het geweten ten val brengen – en legitieme voorschriften van de kerk. We moeten bedenken dat de laatste altijd een van de volgende bedoelingen hebben, of beide tegelijk: dat in de heilige vergadering van de gelovigen alles fatsoenlijk en met gepaste eerbied gebeurt en dat in de gemeenschap van de mensen zelf als het ware door bepaalde banden van menselijkheid en zelfbeheersing de orde bewaard wordt.

Immers, als je eenmaal begrijpt dat een wet is ingesteld omwille van het openbaar fatsoen, dan maakt dat meteen een eind aan het bijgeloof waarin je vervalt als je het dienen van God afmeet volgens menselijke uitvindingen. Opnieuw, als je leert inzien dat het doel van een wet het algemeen nut is, dan haalt dat meteen het valse idee onderuit dat je er onvermijdelijk aan gebonden bent. Dat idee boezemt het geweten een geweldige schrik in zolang je denkt dat menselijke bepalingen onmisbaar zijn om gered te worden.

Maar het is nodig om nog duidelijker te definiëren wat dat fatsoen en ook die orde inhouden die Paulus aanbeveelt.

Het doel van fatsoen is voor een deel dat we rituelen gebruiken die eerbied opwekken voor heilige dingen. Zulke hulpmiddelen zetten ons dan aan tot vroomheid. En voor een deel is het doel dat de ingetogenheid en ernst die zichtbaar moet zijn in alle heilige handelingen vooral zichtbaar moet zijn in die rituelen.

Bij orde gaat het er in de eerste plaats om dat degenen die aan het hoofd staan, de regel en de wet kennen om goed te regeren. En dat het volk dat geregeerd wordt, gewend raakt aan gehoorzaamheid aan God en aan de juiste discipline. En in de tweede plaats dat een goede inrichting van de kerk zorgt voor vrede en rust.

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in