Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.10 – Kerkelijke wetten 4.10.23 – Niet de kerk, maar God moeten we gehoorzamen

4.10.23 – Niet de kerk, maar God moeten we gehoorzamen

Mijn tegenstanders beweren echter dat we zonder uitzondering naar deze wetten moeten luisteren, zelfs al zouden ze ook honderdmaal onbillijk en onrechtvaardig zijn. Want het gaat er niet om of we instemmen met dwalingen. Nee, we moeten als onderdanen de strenge regering accepteren van degenen die over ons aangesteld zijn. We mogen ons niet aan hun gezag onttrekken.

Maar ook hier komt de Heer ons heel goed tegemoet met de waarheid van zijn Woord. Hij brengt ons uit zulke slavernij in de vrijheid die Hij voor ons gekocht heeft met zijn heilig bloed. 1 Korinthiërs 7:23 Die zegen heeft Hij ons meermalen met zijn Woord bezegeld. Want het gaat er niet om dat wij lichamelijk enige onderdrukking verduren, zoals zij beweren. Nee, het gaat erom dat het geweten beroofd wordt van zijn vrijheid – van de zegen van Christus’ bloed dus – en als slaaf gekweld wordt.

Maar stel dat we ook dit laten rusten, alsof het maar weinig uitmaakt. Hoe erg is het dan volgens hen dat de Heer beroofd wordt van zijn koningschap, dat Hij zo streng voor zichzelf opeist? Daar wordt Hij van beroofd, telkens als men Hem dient volgens door mensen uitgevonden wetten. Want Hij wil alleen beschouwd worden als degene die wetten maakt voor hoe Hij gediend moet worden.

Niemand moet denken dat dit niet uitmaakt. Luister maar eens hoeveel waarde de Heer eraan hecht. Hij zegt: ‘Omdat dit volk Mij gevreesd heeft met geboden en onderwijzingen van mensen, daarom zal ik het verstomd laten staan door een groot en ontzagwekkend wonder. Want de wijsheid van zijn wijzen zal vergaan en het verstand van zijn oudsten.’ Jesaja 29:13-14 En ergens anders: ‘Tevergeefs eren zij Mij, want hun leer bestaat uit geboden van mensen.’ Mattheüs 15:9

En werkelijk, dat de kinderen van Israël zich besmeurden met vele vormen van afgoderij, daarvan wordt deze onreine vermenging als oorzaak gegeven: ze overtraden Gods geboden en fabriceerden nieuwe rituelen. Daarom wordt in de heilige geschiedenis vertelt dat nieuwe inwoners van Samaria, die door de koning van Babel daarheen gedeporteerd waren, verscheurd en opgegeten werden door wilde dieren, omdat ze de voorschriften en bepalingen niet kenden van de God van dat land. Ook al zouden ze helemaal niet gezondigd hebben in de rituelen, toch zou God niet blij geweest zijn met hun leeg vertoon. Maar God zag er ondertussen niet vanaf om de schending van zijn dienst te wreken, omdat de mensen er verzinsels inbrachten die niet volgens zijn Woord waren. Daarna wordt verteld dat ze als gevolg daarvan, geschrokken van de straf, zich aan de rituelen gingen houden die in de wet worden voorgeschreven. Maar omdat ze de echte God nog steeds niet zuiver dienden, wordt nog tweemaal herhaald dat zij God vreesden en Hem niet vreesden. 2 Koningen 17:24-41

Daaruit maak ik op dat de eer die we Hem bewijzen er voor een deel uit bestaat dat we bij het dienen van Hem simpelweg volgen wat Hij gebied, zonder er eigen uitvindingen van onszelf aan toe te voegen. Daarom worden vrome koningen meermalen geprezen omdat ze handelden volgens alle geboden en niet afweken naar rechts of naar links.

Ik ga nog een stapje verder: ook al blijkt er geen goddeloosheid uit een of ander verzonnen ritueel, toch veroordeelt de Geest zo’n ritueel streng, omdat het een afwijking is van Gods gebod. Voor het altaar van Achaz was het voorbeeld uit Samaria gehaald. Het kon lijken alsof het een extra sieraad zou zijn voor de tempel. Want hij was van plan daarop alleen offers te brengen aan God. Dat kon hij op het nieuwe altaar doen met meer luister dan op het oude altaar. Toch zien we hoe de Geest die overmoed vervloekt. En de enige reden daarvoor is dat in het dienen van God menselijke uitvindingen een onrein bederf zijn. 2 Koningen 16:10

En hoe duidelijker Gods wil aan ons geopenbaard is, hoe minder onze brutaliteit te verontschuldigen is als we toch iets proberen. En daarom is het terecht dat Manasses schuld verzwaard wordt door het feit dat hij een nieuw altaar bouwde in Jeruzalem, de stad waarvan God gezegd had: ‘Ik zal daar mijn naam plaatsen.’ Want daardoor wordt Gods gezag als het ware opzettelijk genegeerd.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.