Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.10 – Kerkelijke wetten 4.10.22 – Rekening houden met zwakke gelovigen

4.10.22 – Rekening houden met zwakke gelovigen

Op dezelfde manier zouden trouwe herders, die aan het hoofd staan van kerken waar alles nog niet goed geregeld is, al hun leden kunnen verbieden om op vrijdag openlijk vlees te eten of om op feestdagen in het openbaar te werken of zoiets, totdat de zwakken met wie zij samenleven, sterker geworden zijn. Zolang er geen bijgeloof bijkomt, doen deze dingen er op zichzelf niet toe. Maar als het broeders aanstoot geeft, kun je het niet doen zonder dat je iets verkeerds doet. Echter, in onze tijd kunnen gelovigen niet aan dit toneelspel voor de zwakkere broeders mee blijven doen zonder hun geweten ernstig te kwetsen.

Wie zou durven zeggen dat degenen van wie vaststaat dat ze alleen struikelblokken willen opruimen die door de Heer uitdrukkelijk genoeg verboden zijn, een nieuwe wet maken? Alleen een lasteraar zou zoiets durven beweren! Ook van de apostelen kun je zoiets echt niet beweren. Zij maakten een eind aan dingen die aanstoot gaven. Hun enige bedoeling daarmee was dat ze wilden benadrukken dat God gebiedt dat we moeten vermijden om aanstoot te geven. Het is hetzelfde als wanneer ze gezegd hadden: het is een gebod van de Heer dat je je zwakke broeder niet kwetst. Wat aan afgoden geofferd is, wat verstikt is en bloed kun je niet eten zonder dat je je zwakke broeders aanstoot geeft. Dus bevelen wij jullie door het woord van de Heer dat je niet eet wat aanstoot geeft.

Dat dat de bedoeling van de apostelen was, daarvan is Paulus een heel goede getuige. Natuurlijk kan het niet anders of hij spreekt in overeenstemming met het concilie als hij schrijft: ‘Wat betreft wat aan afgoden geofferd is: we weten dat een afgodsbeeld niets is. Maar sommigen zitten in hun geweten nog vast aan een afgod en eten het als iets dat aan afgoden geofferd is. En hun geweten, dat zwak is, raakt besmeurd. Kijk uit dat dit recht geen aanstoot geeft aan degenen die zwak zijn!’ 1 Korinthiërs 8:1-9 Als je hier goed over nagedacht hebt, zul je je daarna niet meer laten bedriegen door degenen die de apostelen als dekmantel gebruiken voor hun tirannie, alsof de apostelen met hun besluit als eersten de vrijheid van de kerk aantastten.

Maar ik wil niet dat de roomsen eronder uitkomen om zelf te erkennen dat ik hen hiermee goed weerlegd heb. Daarom moeten ze mij maar eens antwoord geven op de vraag met welk recht zij het gewaagd hebben om juist dit besluit af te schaffen. Nou, omdat er geen risico meer bestond op de struikelblokken en onenigheden die de apostelen hadden willen opruimen. De roomsen wisten dus dat je een wet moet waarderen op basis van haar bedoeling. Omdat deze wet gegeven was met het oog op liefde, gebiedt deze wet niet meer dan nodig is voor liefde. Stel dat ze erkennen dat het overtreden van deze wet alleen maar het schenden van liefde is. Erkennen ze daarmee dan niet tegelijk ook dat deze wet geen verzonnen toevoeging is aan de wet van God, maar een oprechte en eenvoudige aanpassing aan de tijden en gewoonten waarvoor deze wet bestemd was?

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.