4.10.2 – De roomsen binden het geweten

0
97

Deze wetgevers zeggen wel dat hun instellingen wetten van vrijheid zijn, een zacht juk en een lichte last.1 Maar wie ziet niet dat dat enkel leugens zijn? Zij voelen niet hoe zwaar hun wetten zijn, want zij hebben de vrees voor God van zich afgeworpen en onbekommerd en dapper negeren ze zowel hun eigen als Gods wetten. Maar als je beroerd wordt door enige zorg om je behoud, denk je echt niet dat je vrij bent zolang je in deze strikken verward blijft.

We zien hoe voorzichtig Paulus deze kwestie behandelt. Hij heeft het geweten zelfs niet op één punt een strik om durven doen.2 En niet voor niets! Hij voorzag natuurlijk hoe erg het geweten gekwetst zou worden als het gedwongen werd dingen te doen waarin de Heer het vrij laat.

We kunnen echter nauwelijks de instellingen opsommen die de roomsen nadrukkelijk vastgesteld hebben, onder dreiging met de eeuwige dood. Ze eisen die heel streng als onmisbaar om gered te worden. Daaronder zijn er heel veel waar je je maar heel moeilijk aan kunt houden. En als je ze allemaal bij elkaar brengt, is het zo’n grote hoop, dat je je er onmogelijk aan kunt houden. Als je zo’n grote en zware last opgelegd krijgt, hoe kun je dan niet gekweld worden door de ergste angst en schrik?

Ik ben dus van plan om hier dit soort instellingen te bestrijden, die de roomsen maken om de zielen innerlijk voor God te binden en hun een bijgelovige ijver op te leggen, alsof zij voorschriften zouden geven die onmisbaar zijn om gered te kunnen worden.

1Mattheüs 11:30

21 Korinthiërs 7:35

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in