Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.10 – Kerkelijke wetten 4.10.1 – Mag de kerk het geweten binden?

4.10.1 – Mag de kerk het geweten binden?

Nu komt het tweede onderdeel van de macht van de kerk. Volgens de roomsen bestaat dat uit het maken van wetten. Uit die bron zijn talloze menselijke tradities opgeweld als even zoveel strikken om ellendige zielen te wurgen. Immers, zij deinzen er net zomin als de schriftgeleerden en farizeeën voor terug om anderen lasten op hun schouders te leggen die ze zelf met geen vinger zouden willen aanraken. Lucas 11:46; Mattheüs 23:4 Ergens anders heb ik geleerd wat voor wrede marteling hun leer over de biecht betekent.1 In andere wetten is niet zoveel geweld zichtbaar. Maar zelfs de ogenschijnlijk meest dragelijke wetten onderdrukken toch het geweten in tirannie. Ik zwijg erover dat ze de dienst aan God vervalsen en God zelf, de enige wetgever, van zijn recht beroven.

Deze macht moet ik nu behandelen. Daarbij draait het om de vraag of het de kerk is toegestaan om in haar wetten het geweten te binden. In deze behandeling ga ik het nog niet hebben over de burgerlijke orde. Het gaat er alleen over dat God gediend moet worden zoals het hoort, volgens de norm die Hij heeft voorgeschreven. En dat de geestelijke vrijheid, die op God gericht is, voor ons ongeschonden moet blijven.

Het is algemeen gebruikelijk geworden om alle geboden met betrekking tot het dienen van God die buiten zijn Woord om van mensen afkomstig zijn, menselijke tradities te noemen. Die tradities bestrijd ik, niet de heilige en nuttige instellingen van de kerk, die bedoeld zijn om de discipline, het fatsoen of de vrede te bewaren. Het doel van mijn strijd is dat de grenzeloze barbaarse heerschappij bedwongen wordt die de roomsen zich aanmatigen over de zielen. Zij willen beschouwd worden als herders van de kerk, maar in werkelijkheid zijn zij heel wrede beulen! Want ze beweren dat de wetten die zij maken, geestelijk zijn en gericht zijn op de zielen. En ze verzekeren dat die wetten onmisbaar zijn voor het eeuwige leven. En zo wordt Christus’ rijk, zoals ik eerder al gezegd heb, geschonden. Zo wordt de vrijheid die Hij aan het geweten van de gelovigen gegeven heeft, volledig onderdrukt en vernield.

Ik zwijg er nu over hoe goddeloos zij het voor heilig laten doorgaan als je je aan hun wetten houdt. Ze leren dat je daardoor vergeving van zonden, rechtvaardigheid en redding moet proberen te krijgen. Volgens hen ligt de kern van de godsdienst en van vroomheid volledig in het je houden aan deze wetten!

Ik beweer alleen dat je het geweten niet moet dwingen in zaken waarin Christus het geweten bevrijdt. Zoals ik eerder geleerd heb, kan het geweten zonder die vrijheid geen rust vinden bij God. Het geweten moet één koning erkennen: Christus, zijn bevrijder. En het geweten moet geregeerd worden door een wet van vrijheid: het heilige Woord van het evangelie. Alleen dan kan het geweten de genade behouden die het eenmaal in Christus gekregen heeft. Het geweten mag in geen enkele slavernij en door geen enkele band gevangen gehouden worden.

1Vanaf 3.4.4, vooral in 3.4.17.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.