4.1.26 – Gods genade in het Nieuwe Testament

0
169

Door de komst van Christus is de genade volledig geopenbaard. Is daardoor soms de gelovigen deze zegen afgenomen, dat ze niet meer om vergeving van hun zonden zouden durven smeken? Dat ze geen barmhartigheid meer zouden kunnen krijgen als ze iets tegen de Heer misdaan hebben? Als je zegt dat Gods welwillendheid in het Oude Testament continu voor de heiligen klaar lag, maar nu is weggenomen – wat zou dat anders zijn dan zeggen dat Christus gekomen is om de zijnen verloren te laten gaan en niet om hen te redden?

De Schriften roepen uitdrukkelijk uit dat pas in Christus de genade van de Heer en zijn liefde voor de mensen volledig verschenen, de rijkdom van zijn barmhartigheid uitgestort en de verzoening tussen God en mensen vervuld is.1 Als we dat geloven, dan mogen we er niet aan twijfelen dat de welwillendheid van de hemelse Vader juist royaal naar ons toestroomt in plaats van dat die geblokkeerd of afgekapt is.

En daar zijn ook voorbeelden van. Petrus had gehoord dat degene die Christus’ naam niet beleed voor de mensen, voor de engelen verloochend zou worden. Toch heeft hij Hem driemaal verloochend in één nacht. Hij vloekte er zelfs bij! Toch wordt hij niet uitgesloten van vergeving.2 Degenen onder de Thessalonicenzen die geen ordelijk leven leidden, worden zo berispt dat ze uitgenodigd worden tot berouw.3 Zelfs Simon de Tovenaar wordt geen reden tot wanhoop gegeven. Sterker nog, hij krijgt bevel goede hoop te hebben als Petrus hem opdraagt zijn toevlucht te nemen tot het gebed.4

1Titus 1:9; Titus 3:4; 2 Timotheüs 1:9; 2 Korinthiërs 5:18-19

2Mattheüs 10:33; Marcus 8:38; Mattheüs 26:74; Lucas 22:32; Johannes 21:15-17

32 Thessalonicenzen 3:14-15

4Handelingen 8:22

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in