4.1.22 – De kerk deelt de vergeving van zonden uit

0
386

Om deze zegen aan ons uit te delen, heeft de kerk sleutels gekregen. Christus heeft de apostelen immers bevolen en macht gegeven om zonden te vergeven.1 Toen wilde Hij niet alleen dat zij degenen die zich van hun goddeloosheid bekeerden tot het geloof in Christus zouden losmaken van hun zonden, voor eens en voor altijd. Nee, Hij wilde juist dat ze deze taak continu zouden uitvoeren onder de gelovigen.

Paulus leert dat als hij schrijft dat aan de dienaren van de kerk de missie van de verzoening is toevertrouwd, om het volk namens Christus steeds weer te vermanen om zich met God te verzoenen.2 Dus in de gemeenschap van de heiligen worden ons door de dienst van de kerk zelf altijd weer onze zonden vergeven, als de herders of opzieners aan wie deze taak is toevertrouwd in het geweten van de vromen de hoop versterken op vergeving en kwijtschelding.

En dat gebeurt zowel publiek als persoonlijk, afhankelijk van wat er nodig is. Want er zijn heel veel mensen die als gevolg van hun zwakheid, speciale troost nodig hebben. En Paulus vertelt dat hij niet alleen in de gemeenschappelijke vergaderingen getuigd heeft van het geloof in Christus, maar ook in de huizen. Hij heeft ieder persoonlijk onderwezen in de leer van het behoud.3

Op drie dingen moeten we hier dus letten. In de eerste plaats: hoeveel heiligheid Gods kinderen ook gekregen hebben, zolang ze nog in het sterfelijke lichaam wonen, verkeren ze toch in deze toestand: ze kunnen voor God niet bestaan zonder vergeving van zonden. In de tweede plaats: deze zegen is het eigendom van de kerk. Daarom kunnen wij er alleen van genieten als wij blijven in de gemeenschap van de kerk. In de derde plaats: deze zegen wordt ons uitgedeeld door de dienaren en herders van de kerk, óf door de prediking van het evangelie, óf door de bediening van de sacramenten. Vooral in dat deel komt de sleutelmacht uit die de Heer aan het gezelschap van de vormen heeft toevertrouwd. Daarom moet ieder van ons bedenken dat het zijn plicht is nergens anders vergeving van zonden te zoeken dan waar de Heer die geplaatst heeft.

De publieke verzoening hoort bij de tucht. Die zal ik bespreken als we daaraan toe zijn.

1Mattheüs 16:19; Mattheüs 18:18; Johannes 20:23

22 Korinthiërs 5:18-20

3Handelingen 20-21

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in