Insitutie Boek 4 – De genademiddelen 4.1 – De echte kerk 4.1.22 – De kerk deelt de vergeving van zonden uit

4.1.22 – De kerk deelt de vergeving van zonden uit

Om deze zegen aan ons uit te delen, heeft de kerk sleutels gekregen. Christus heeft de apostelen immers bevolen en macht gegeven om zonden te vergeven. Mattheüs 16:19; 18:18; Johannes 20:23 Toen wilde Hij niet alleen dat zij degenen die zich van hun goddeloosheid bekeerden tot geloof in Christus zouden losmaken van hun zonden, voor eens en voor altijd. Nee, Hij wilde juist dat ze deze taak continu zouden uitvoeren onder de gelovigen.

Paulus leert dat als hij schrijft dat aan de dienaren van de kerk de missie van de verzoening is toevertrouwd, om het volk namens Christus steeds weer aan te sporen om zich met God te verzoenen. 2 Korinthiërs 5:18-20 Dus in de gemeenschap van de heiligen worden ons door de dienst van de kerk zelf altijd weer onze zonden vergeven, als de herders of opzieners aan wie deze taak is toevertrouwd in het geweten van de vromen de hoop versterken op vergeving en kwijtschelding.

En dat gebeurt zowel publiek als persoonlijk, afhankelijk van wat er nodig is. Want er zijn heel veel mensen die als gevolg van hun zwakheid, speciale troost nodig hebben. En Paulus vertelt dat hij niet alleen in de gemeenschappelijke vergaderingen getuigd heeft van het geloof in Christus, maar ook in de huizen. Hij heeft ieder persoonlijk onderwezen in de leer van het behoud. Handelingen 20-21

Op drie dingen moeten we hier dus letten. In de eerste plaats: hoeveel heiligheid Gods kinderen ook gekregen hebben, zolang ze nog in het sterfelijke lichaam wonen, verkeren ze toch in deze toestand: ze kunnen voor God niet bestaan zonder vergeving van zonden. In de tweede plaats: deze zegen is het eigendom van de kerk. Daarom kunnen we er alleen van genieten als we blijven in de gemeenschap van de kerk. In de derde plaats: deze zegen wordt ons uitgedeeld door de dienaren en herders van de kerk, óf door de prediking van het evangelie, óf door de bediening van de sacramenten. Vooral in dat deel komt de sleutelmacht uit die de Heer aan het gezelschap van de vromen heeft toevertrouwd. Daarom moet ieder van ons bedenken dat het zijn plicht is nergens anders vergeving van zonden te zoeken dan waar de Heer die geplaatst heeft.

De publieke verzoening hoort bij de tucht. Die zal ik bespreken als we daaraan toe zijn.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.