4.1.14 – Paulus over de zonden van de Korinthiërs

0
135

Toch roepen ze uit dat het onacceptabel is dat overal zo sterk de pest van de zonden woedt. Maar wat als we ook daarover een uitspraak van de apostel Paulus tegenkomen? Van de Korinthiërs hadden er velen gedwaald. Haast het hele lichaam was besmet geraakt. Er was niet slechts één soort zonde, maar er waren er vele. En het waren geen lichte dwalingen, maar er waren afschuwelijke schanddaden. Er was niet alleen moreel bederf, maar ook bederf in de leer. Maar wat doet de heilige apostel, als instrument van de hemelse Geest met wiens getuigenis de kerk staat of valt? Stuurt hij aan op afscheiding van hen? Verbant hij hen uit Christus’ koninkrijk? Treft hij hen met de ultieme bliksem van de vloek? Niets van dat alles! Sterker nog, hij erkent en predikt dat zij Christus’ kerk zijn en een gemeenschap van heiligen.1

Onder de Korinthiërs woedden ruzies, verdeeldheid en jaloezie. Er waren meningsverschillen en discussies en die gingen gepaard met hebzucht. Er werd openlijk een schanddaad goedgekeurd die zelfs in de ogen van de heidenen afschuwelijk was. Paulus’ naam werd er belasterd, terwijl ze hem als een vader hoorden te eren. Sommigen dreven er de spot met de opstanding van de doden, terwijl heel het evangelie instort als je dat onderuit haalt. Gods gaven werden er gebruikt uit eerzucht in plaats van liefde. Er werd heel veel gedaan zonder fatsoen en orde. En toch bleef onder hen de kerk!

Dus als de kerk blijft omdat de bediening van het Woord en van de sacramenten er niet verwaarloosd worden – wie zou dan de naam ‘kerk’ durven afnemen van mensen die nog niet van een tiende deel van deze misdaden beschuldigd kunnen worden? Wie zo veeleisend tekeergaan tegen de kerken van nu, wat zouden zij, vraag ik je, gedaan hebben met de Galaten? Zij hadden haast het evangelie losgelaten, maar toch vond dezelfde apostel bij hen nog kerken!

11 Korinthiërs 1:2

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in