4.1.12 – Niet alle verschillen in de leer zijn reden om de eenheid te verbreken

0
162

Volgens mij is de zuivere bediening van het Woord en het zuivere gebruik en de zuivere bediening van de sacramenten dus een duidelijk bewijs dat we een gemeenschap waarin die beide aanwezig zijn, veilig als een ware kerk kunnen accepteren. De betekenis daarvan gaat zo ver dat we zo’n kerk nooit mogen afwijzen zolang ze die beide dingen vasthoudt. Zelfs al zit ze verder vol fouten.

Sterker nog, er kan zelfs in de bediening van de leer of van de sacramenten een fout sluipen, zonder dat we ons daarom van haar gemeenschap mogen vervreemden. Want de kernpunten van de ware leer zijn niet allemaal van dezelfde orde. Van sommige is het zo nodig dat we die kennen, dat ze voor ons ontwijfelbaar vast moeten staan als dogma’s die eigen zijn aan de godsdienst. Bijvoorbeeld dat er één God is, dat Christus God en Gods Zoon is, dat ons behoud ligt in Gods barmhartigheid, enzovoort. Er zijn ook andere dogma’s. Daarover is wel verschil van mening tussen de kerken. Maar toch verscheuren die de geloofseenheid niet. Want stel dat de ene kerk vindt dat de zielen, als ze uit het lichaam verhuizen, naar de hemel opstijgen, terwijl de andere kerk niets met zekerheid durft te zeggen over de plek, maar er toch van overtuigd is dat de zielen bij de Heer leven. En dat zonder dat ze graag in discussie gaan of koppig hun eigen overtuiging willen vasthouden. Welke kerken zouden alleen om zoiets uit elkaar gaan?

De apostel Paulus zegt: ‘Laten wij daarom, zovelen als er volmaakt zijn, hetzelfde denken. Als jullie iets anders denken, dan zal God jullie ook dat openbaren.’1 Maakt hij daarmee niet voldoende duidelijk dat verschil van mening over dingen die niet zo nodig zijn, tussen christenen geen reden mogen zijn om uit elkaar te gaan?

Het is vooral belangrijk dat we het over alles eens zijn. Maar er is niemand die niet gehuld is in een mist van onwetendheid. Daarom kan het niet anders of er blijft geen kerk meer over, of we moeten onbegrip vergeven in die dingen waarin we onwetend mogen zijn zonder dat we de kern van de godsdienst schenden of ons behoud verliezen.

Maar het is niet mijn bedoeling om hiermee zelfs maar de kleinste dwalingen in bescherming te nemen, alsof ik zou vinden dat die vriendelijk door de vingers gezien zouden mogen worden. Nee, ik bedoel dat we de kerk niet zomaar, om een of ander klein meningsverschil, mogen verlaten. Als in die kerk maar de gezonde leer van ons behoud bewaard blijft, waarin de vroomheid ongeschonden overeind staat. En als de sacramenten er maar gebruikt blijven worden zoals de Heer die heeft ingesteld. En als we dan ondertussen maar ons best doen om te corrigeren waar we ontevreden over zijn, dan doen we onze plicht.

Hierop slaat wat Paulus zegt: ‘Als aan een ander die erbij zit, iets geopenbaard wordt, moet de eerste zwijgen.’2 Daaruit blijkt dat elk lid van de kerk de taak gekregen heeft bij te dragen aan de algemene opbouw, in overeenstemming met zijn gaven. Als het maar fatsoenlijk en ordelijk gebeurt, dat wil zeggen: we mogen de gemeenschap van de kerk niet verlaten en als we in die gemeenschap blijven, mogen we de vrede en de ordelijke discipline niet verstoren.

1Filippenzen 3:15

21 Korinthiërs 14:30

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in