4.1.10 – Het gezag en de eenheid van de kerk

0
150

Als kenmerken waaraan we de kerk kunnen herkennen, heb ik de prediking van het Woord en het onderhouden van de sacramenten genoemd. Want deze twee kunnen nergens zijn zonder dat ze vrucht dragen en door Gods zegen voorspoedig gemaakt worden. Ik zeg niet dat overal waar het Woord gepredikt wordt, meteen vrucht tevoorschijn komt. Nee, ik zeg dat het nergens aangenomen wordt en een vaste woonplaats heeft, behalve om te laten zien hoe effectief het is. Hoe dan ook, waar met eerbied geluisterd wordt naar de prediking van het evangelie en de sacramenten niet verwaarloosd worden, daar is op dat moment de vorm van de kerk zichtbaar. Daar kun je je niet in vergissen en daar valt niet aan te twijfelen.

Niemand mag het gezag van die kerk verachten, haar vermaningen verwerpen, zich tegen haar adviezen verzetten of haar tucht bespotten. Laat staan dat je je van die kerk mag losmaken en haar eenheid mag verbreken! Want de Heer hecht zoveel waarde aan de gemeenschap van zijn kerk, dat Hij je als een verrader en als een afvallige van de godsdienst beschouwt als je je koppig vervreemd van welke christelijke vergadering ook waar de ware bediening van Woord en sacramenten in ere gehouden worden. Hij beveelt haar gezag zo sterk aan, dat als dat gezag geschonden wordt, Hij dat beschouwt als een schending van zijn eigen gezag.

Het is immers bepaald niet onbelangrijk dat de kerk de pijler en het fundament van de waarheid wordt genoemd en Gods huis.1 Met deze woorden geeft Paulus aan dat de kerk de trouwe bewaker is van Gods waarheid, om te voorkomen dat die in de wereld verloren gaat. Want God heeft de zuivere prediking van zijn Woord willen bewaren door de bediening en het werk van de kerk. Hij heeft willen laten zien dat Hij een goede huisvader is doordat Hij ons voedt met geestelijk voedsel en voor alles zorgt wat goed is voor ons behoud.

Het is ook geen gewone lof dat er over de kerk gezegd wordt dat Christus haar heeft uitgekozen en apart gezet heeft als zijn bruid, om zonder vlek of rimpel zijn lichaam en zijn volheid te zijn.2 Dat betekent dus dat je God en Christus verloochent als je uit de kerk weggaat. Daarom moeten we extra goed oppassen voor zo’n misdadige afscheiding. Want dan zijn we, voorzover wij dat kunnen, uit op de ondergang van Gods waarheid. En dan verdienen wij het dat Hij bliksemt met heel het geweld van zijn woede om ons te verpletteren. En er valt geen ergere misdaad te bedenken dan dat je met een heiligschennende ontrouw het huwelijk breekt dat Gods eniggeboren Zoon met ons heeft willen aangaan.

11 Timotheüs 3:15

2Efeziërs 1:23; Efeziërs 5:27

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in