3.9.6 – De troost van het toekomstige leven

Zo is het inderdaad: zolang ze op aarde wonen, moet heel het volk van gelovigen zijn als schapen die bestemd zijn voor de slacht. Want dan lijken ze op Christus, hun hoofd. Romeinen 8:36 Dus zouden ze de meest ellendige mensen zijn als ze niet hun hart zouden opheffen naar de hemel en zo alles wat in de wereld is de baas werden en voorbijgingen aan de tegenwoordige uiterlijke vorm van de dingen. 1 Korinthiërs 15:19 Maar als ze juist met hun hoofd boven al het aardse uitsteken, zullen ze gemakkelijk overeind blijven in alle soorten rampen. Zelfs al zien ze dat goddelozen floreren in rijkdom en eer, dat die pronken met allerlei schitterende overdaad en overvloedig genieten. Zelfs al worden ze ook nog eens getroffen door de slechtheid van goddelozen, zelfs al krijgen ze beledigingen te verduren omdat die goddelozen zo trots zijn, zelfs al worden ze geplunderd omdat goddelozen zo hebzuchtig zijn, zelfs al worden ze gekweld door welke andere begeerte ook van goddelozen.

Want ze zullen de dag voor ogen houden waarop de Heer zijn gelovigen zal opnemen in de rust van zijn koninkrijk. Dan zal Hij alle tranen van hun ogen afvegen, Jesaja 25:8; Openbaring 7:17 dan zal Hij hun het kleed van de glorie en de vreugde aantrekken, Sirach 6:32 dan zal Hij hun onuitsprekelijke lekkernijen voeren, dan zal Hij het hun waard keuren om te delen in zijn geluk.

Echter, de goddelozen, die op aarde gefloreerd hebben, zal de Heer wegwerpen in de grootst mogelijke schande. Hij zal hun genot veranderen in kwelling, hun lachen en blijdschap in huilen en tandenknarsen, hun vrede zal Hij verstoren met vreselijke gewetenswroeging, hun wellust zal Hij straffen met een onuitblusbaar vuur. Jesaja 66:24; Mattheüs 25:41; Marcus 9:43; Openbaring 21:8 Bovendien zullen ze hun hoofden moeten buigen voor de vromen van wie ze het geduld misbruikt hebben. Want dat is, zo verklaart Paulus, rechtvaardigheid: als de Heer Jezus vanuit de hemel verschijnt, krijgen ellendigen en onrechtvaardig verdrukten verlichting, maar de goddelozen die de vromen verdrukken, worden met verdrukking beloond. 2 Thessalonicenzen 1:6

Echt, dit is onze enige troost! Als die ons wordt afgepakt, moeten we de moed wel laten zakken, of ons tot onze ondergang strelen met de lege vormen van troost van de wereld. Want ook de profeet erkent dat zijn voeten wankelden toen hij te veel bezig was met het nadenken over de tegenwoordige voorspoed van de goddelozen. Hij kon alleen maar overeind blijven omdat hij Gods heiligdom binnenging en zijn ogen richtte op het einde van de goddelozen. Psalm 73:2; 73:17 Kortom, in één woord: in het hart van gelovigen zegeviert het kruis van Christus pas over duivel, vlees, zonde en goddelozen als ze hun ogen richten op de kracht van de opstanding.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.