3.9.6 – De troost van het toekomstige leven

0
83

Zo is het inderdaad: zolang ze op aarde wonen, moet heel het volk van gelovigen zijn als schapen die bestemd zijn voor de slacht. Want dan lijken ze op Christus, hun hoofd.1 Dus zouden ze de meest ellendige mensen zijn als ze niet hun hart zouden opheffen naar de hemel en zo alles wat in de wereld is de baas werden en voorbijgingen aan de tegenwoordige uiterlijke vorm van de dingen.2 Maar als ze juist met hun hoofd boven al het aardse uitsteken, zullen ze gemakkelijk overeind blijven in alle soorten rampen. Zelfs al zien ze dat de goddelozen floreren in rijkdom en eer, dat die pronken met allerlei schitterende overdaad en overvloedig genieten. Zelfs al worden ze ook nog eens getroffen door de slechtheid van de goddelozen, zelfs al krijgen ze beledigingen te verduren omdat die goddelozen zo trots zijn, zelfs al worden ze geplunderd omdat de goddelozen zo hebzuchtig zijn, zelfs al worden ze gekweld door welke andere begeerte ook van de goddelozen.

Want ze zullen de dag voor ogen houden waarop de Heer zijn gelovigen zal opnemen in de rust van zijn koninkrijk. Dan zal Hij alle tranen van hun ogen afvegen, dan zal Hij hun het kleed van de heerlijkheid en de vreugde aantrekken, dan zal Hij hun onuitsprekelijke lekkernijen voeren, dan zal Hij het hun waard keuren om te delen in zijn geluk.3

Echter, de goddelozen, die op aarde gefloreerd hebben, zal de Heer wegwerpen in de grootst mogelijke schande. Hij zal hun genot veranderen in kwelling, hun lachen en blijdschap in huilen en tandenknarsen, hun vrede zal Hij verstoren met vreselijke gewetenswroeging, hun wellust zal Hij straffen met een onuitblusbaar vuur.4 Bovendien zullen ze hun hoofden moeten buigen voor de vromen van wie ze het geduld misbruikt hebben. Want dat is, zo verklaart Paulus, rechtvaardigheid: als de Heer Jezus vanuit de hemel verschijnt, krijgen ellendigen en onrechtvaardig verdrukten verlichting, maar de goddelozen die de vromen verdrukken, worden met verdrukking beloond.5

Echt, dit is onze enige troost! Als die ons wordt afgepakt, moeten we de moed wel laten zakken, of ons tot onze ondergang strelen met de lege vormen van troost van de wereld. Want ook de profeet erkent dat zijn voeten wankelden toen hij te veel bezig was met het nadenken over de tegenwoordige voorspoed van de goddelozen. Hij kon alleen maar overeind blijven omdat hij Gods heiligdom binnenging en zijn ogen richtte op het einde van de goddelozen.6 Kortom, in één woord: in het hart van de gelovigen zegeviert het kruis van Christus pas over de duivel, het vlees, de zonde en de goddelozen als ze hun ogen richten op de kracht van de opstanding.

1Romeinen 8:36

21 Korinthiërs 15:19

3Jesaja 25:8; Openbaring 7:17; Sirach 6:32

4Jesaja 66:24; Mattheüs 25:41; Marcus 9:43; Openbaring 21:8

52 Thessalonicenzen 1:6

6Psalmm 73:2; Psalm 73:17

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in