Insitutie Boek 3 – Het delen in Christus 3.5 – Aflaten en het vagevuur 3.5.8 – Schepselen ‘onder de aarde’ en Judas de Makkabeeër

3.5.8 – Schepselen ‘onder de aarde’ en Judas de Makkabeeër

Mijn tegenstanders gebruiken als bewijs ook de woorden van Paulus, als hij zegt dat degenen in de hemel, op de aarde en onder de aarde zich buigen voor Christus. Filippenzen 2:10 Want zij gaan er bij voorbaat vanuit dat met degenen onder de aarde niet degenen bedoeld kunnen zijn die voor eeuwig veroordeeld zijn. Dus blijft dan over dat het de zielen zijn die gekweld worden in het vagevuur. Dat zou geen slechte argumentatie zijn van hen als de apostel met het buigen van de knie ware en vrome aanbidding bedoelde. Maar hij leert simpelweg dat Christus gezag krijgt over alle schepselen. Ze moeten zich allemaal aan Hem onderwerpen. Wat verhindert dan dat we degenen onder de aarde opvatten als de duivels die vast en zeker voor de rechterstoel van de Heer geplaatst worden en Hem met angst en beven als hun rechter moeten erkennen?

Zo legt Paulus zelf ergens anders dezelfde profetie uit. Hij zegt: ‘Iedereen zal voor de rechterstoel van Christus komen te staan. Want er staat geschreven: “Ik leef. Voor Mij zal elke knie zich buigen en elke tong zal aan Mij zweren.”’ Romeinen 14:10; Jesaja 45:23

Maar, zeggen mijn tegenstanders, zo mag je toch niet uitleggen wat er in Openbaring staat: ‘Elk schepsel in de hemel, op de aarde en onder de aarde en op de zee en alles in de zee hoorde ik zeggen: “Aan Hem die op de troon zit en aan het Lam de dank, de eer, de glorie en de kracht in alle eeuwigheid!”’ Openbaring 5:13 Dat geef ik graag toe. Maar wat voor schepselen denken zij dat hier opgesomd worden? Want het is absoluut zeker dat hier de redeloze en niet-ademende schepselen bedoeld worden. Hier wordt alleen maar verklaard dat alle onderdelen van de wereld, van de hoogste hemelpiek tot het middelpunt van de aarde toe op hun eigen manier de glorie van de schepper verkondigen. Psalm 19:2

Wat mijn tegenstanders opdiepen uit het verhaal over de Makkabeeën vind ik geen antwoord waard. Want ik wil niet de indruk wekken dat ik dat boek tot de canon van de heilige boeken reken. Maar, zullen ze zeggen, Augustinus accepteerde het wel als canoniek. Maar hoe vast was hij daar van overtuigd? Hij zegt: ‘Het geschrift over de Makkabeeën hebben de Joden niet net zoals de wet, de profeten en de psalmen. Dáárvan heeft de Heer verklaard dat ze van Hem getuigen, door te zeggen: “Alles wat over Mij geschreven staat in de wet, de psalmen en de profeten moest vervuld worden.” Lucas 24:44 Maar het geschrift over de Makkabeeën heeft de kerk aanvaard omdat het nuttig kan zijn, als het maar gelezen en aangehoord wordt met zelfbeheersing …’1 En Hiëronymus aarzelt niet om te leren dat het gezag van dit boek geen enkele waarde heeft om leerstukken te bevestigen. En uit dat oude boekje op naam van Cyprianus – De uitleg van de artikelen van het geloof heet het – blijkt duidelijk dat het in de oude kerk geen gezag had.

Maar waarom voer ik deze zinloze strijd? Alsof de schrijver niet zelf duidelijk genoeg laat zien hoeveel waarde we aan hem moeten hechten! Want aan het eind vraagt hij vergeving voor het geval hij iets minder goed gezegd heeft. 2 Makkabeeën 15:38 Wie erkent dat zijn geschriften vergeving nodig hebben, geeft daarmee natuurlijk duidelijk aan dat ze geen goddelijke uitspraken van de Heilige Geest zijn.

Bovendien, toen Judas de Makkabeeër een offer zond naar Jeruzalem voor de doden, werd zijn vroomheid alleen maar geprezen omdat hij vast vertrouwde op de laatste opstanding. 2 Makkabeeën 12:43 Want de schrijver van dit verhaal vat wat Judas deed niet op als een losprijs voor hun verlossing. Hij deed het om hen te laten delen in het eeuwige leven, samen met de andere gelovigen die voor hun vaderland en godsdienst gestorven waren. Deze daad was niet vrij van bijgeloof en verkeerde ijver. Maar degenen die in onze tijd nog steeds waarde willen hechten aan een offer uit de wet, zijn nog veel dwazer. Want we weten dat er door de komst van Christus een eind gekomen is aan wat toen gebruikelijk was.

1Augustinus, Contra Gaudentium Donatistarum episcopum I, 31,38.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.