Insitutie Boek 3 – Het delen in Christus 3.5 – Aflaten en het vagevuur 3.5.4 – Paulus leed niet om verzoening te doen voor zichzelf of de kerk

3.5.4 – Paulus leed niet om verzoening te doen voor zichzelf of de kerk

Met wat voor boze opzet verdraaien mijn tegenstanders de passage van Paulus waar hij zegt dat hij in zijn lichaam aanvult wat er aan het lijden van Christus ontbrak! Kolossenzen 1:24 Want dat ontbreken of aanvullen laat hij niet slaan op het werk van de verlossing, voldoening en verzoening. Hij doelt daarmee op de verdrukkingen waardoor alle ledematen van Christus – de gelovigen dus – getraind moeten worden zolang zij nog in dit vlees leven. Hij bedoelt dus dat van het lijden van Christus dit nog resteert: eerst leed Hij in zichzelf, maar nu lijdt Hij nog elke dag in zijn ledematen. Christus keurt ons dus deze eer waard: onze verdrukking beschouwt Hij als zijn verdrukking.

Paulus voegt eraan toe: ‘Voor de kerk.’ Daarmee bedoelt hij niet voor de verlossing en voldoening van de kerk, maar voor de opbouw en het nut van de kerk. Zo zegt hij ook ergens anders dat hij alles verdraagt omwille van de uitverkorenen, zodat zij het behoud mogen krijgen dat te vinden is in Christus Jezus. 2 Timotheüs 2:10 En aan de Korinthiërs schreef hij dat hij alle verdrukkingen die hij onderging, verdroeg voor hun troost en behoud. 2 Korinthiërs 1:6

En Paulus legt deze woorden meteen daarna uit, door eraan toe te voegen dat hij een dienaar van de kerk geworden is, niet om hen te verlossen, maar om hen te dienen door het evangelie van Christus te prediken dat aan hem was toevertrouwd. 1 Kolossenzen 1:25

Als mijn tegenstanders nog een andere uitlegger willen, dan moeten ze maar eens luisteren naar Augustinus. Hij zegt: ‘Het lijden van Christus is in Christus alleen, als in het hoofd. En in Christus en de kerk, als in heel het lichaam. Daarom zegt Paulus, als één van de ledematen: ik vul in mijn lichaam aan wat er ontbreekt aan het lijden van Christus. Als jij, die dit hoort, een van Christus’ ledematen bent, dan ontbrak aan Christus’ lijden alles wat jij te lijden hebt van degenen die geen ledematen van Christus zijn.’1 En ergens anders legt Augustinus uit waar het lijden van de apostelen voor dient dat zij voor de kerk verdragen hebben: ‘Christus is voor mij een deur naar jullie. Jullie zijn schapen van Christus, gekocht met zijn bloed. Daarom moeten jullie je prijs erkennen. Ik betaal die prijs niet, maar predik die.’ En daaraan voegt hij toe: ‘Zoals Christus zijn leven gegeven heeft, zo moeten wij ook ons leven geven voor de broeders, om vrede te stichten en om het geloof te versterken.’2 Tot zover Augustinus.

Het is absoluut niet zo dat Paulus gedacht zou hebben dat er iets ontbrak aan het lijden van Christus als het gaat om de volledigheid van de rechtvaardigheid, het behoud en het leven of dat hij daar iets aan zou willen toevoegen. Want hij predikt zo duidelijk en heerlijk dat Christus de overvloed van genade zo royaal heeft uitgestort dat de zonde daardoor ver wordt overtroffen. Romeinen 5:15 Alle heiligen zijn alleen daardoor gered, niet door wat ze verdiend hebben met hun leven of hun dood. Petrus verklaart dat uitdrukkelijk. Handelingen 15:11 Dus wie de waardigheid van welke heilige ook baseert op iets anders dan Gods barmhartigheid, beledigt God en zijn Christus.

Maar waarom zou ik hier nog langer bij blijven stilstaan? Dit onderwerp is niet onduidelijk meer, want dit soort monsterachtige ideeën zijn weerlegd zodra je ze uitlegt.

1Augustinus, Enarrationes in Psalmos, Psalm 61, 4.

2Augustinus, In Ioannis euangelium tractatus, 47,2.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. Een verbeterde versie van deze vertaling is verkrijgbaar in druk en als e-book. Het zal nog even duren voor alle laatste correcties ook op de website doorgevoerd zijn.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.