3.4.38 – De kerkvaders over genoegdoening

0
429

Wat we bij de oude schrijvers in vele passages lezen over genoegdoening, doet mij weinig. Ik zie wel dat sommigen van hen – ik moet eigenlijk zeggen: bijna al degenen van wie de boeken bewaard gebleven zijn – bij dit onderwerp óf zijn uitgegleden, óf zich te sterk of te ingewikkeld uitgedrukt hebben. Maar ik zal niet toegeven dat zij zelf zo dom of onwetend waren dat ze met wat ze geschreven hebben, bedoeld hebben wat die genoegdoeningslieden er in lezen.

Chrysostomos schrijft ergens dit: ‘Als er om barmhartigheid gevraagd wordt, stopt de ondervraging. Als er om barmhartigheid verzocht wordt, woedt het oordeel niet meer. Als er om barmhartigheid gesmeekt wordt, is er geen ruimte meer voor straf. Als er barmhartigheid is, is er geen onderzoek meer. Als er barmhartigheid is, hoef je geen verantwoording meer af te leggen.’1 Hoe je deze woorden ook verdraait, je kunt ze nooit in overeenstemming brengen met de dogma’s van de scholastici.

En in het boek Over de dogma’s van de kerk, dat op naam van Augustinus staat, lees je dit: ‘De genoegdoening van het berouw houdt in dat je de oorzaken van de zonde uitroeit en geen ruimte meer geeft aan zondige ingevingen.’2 Daaruit blijkt dat ook in die tijd overal de draak gestoken werd met een leer van genoegdoening die stelde dat genoegdoening een betaling is voor de zonden die je gedaan hebt. Want de schrijver beperkt genoegdoening tot oppassen dat je in het vervolg niet weer zondigt.

Ik wil niet aanhalen wat dezelfde Chrysostomos leert: God eist van ons alleen maar dat we onze zonden onder tranen voor Hem belijden.3 Want dergelijke uitspraken kom je steeds in zijn geschriften en in die van anderen tegen.

Weliswaar noemt Augustinus barmhartige daden ergens middelen om vergeving van zonden te ‘verdienen’. Maar niemand kan over dat woordje struikelen, want dat voorkomt hij met een andere passage. Hij zegt: ‘Het vlees van Christus is het echte en enige offer voor de zonden. Niet alleen voor de zonden die allemaal tegelijk tenietgedaan worden in de doop, maar ook voor de zonden die later nog uit onze zwakheid voortkomen. Om die zonden roept heel de kerk elke dag uit: “Vergeef ons onze zonden!” En ze worden vergeven door dat enige offer.’4

1Chrysostomos, Homiliae in Psalmo 50, 2,2.

2Pseudo-Augustinus, De dogmatibus ecclesisasticis, 24.

3Chrysostomos, In Genesis, 10,2.

4Augustinus, Enchiridion ad Laurentium de fide, spe et caritate, 48.

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in