Insitutie Boek 3 – Het delen in Christus 3.4 – Berouw, schuldbelijdenis en genoegdoening 3.4.33 – Het oordeel is bedoeld als straf, een tuchtiging is bedoeld om te corrigeren

3.4.33 – Het oordeel is bedoeld als straf, een tuchtiging is bedoeld om te corrigeren

Dan nu het tweede verschil. Als de verworpenen geslagen worden door Gods gesels, beginnen ze in zekere zin al de straf te betalen waar Hij hen toe veroordeelt. Ze luisteren niet naar deze bewijzen van Gods woede en dat zal niet ongestraft blijven. Toch worden ze niet gestraft om hen op andere, betere gedachten te brengen. Ze worden alleen gestraft om hen tot hun ongeluk te laten ervaren dat God een wrekende rechter is.

Maar de kinderen worden geslagen met roeden. Niet om God een boete te betalen voor hun misdaden, maar om daardoor een stap te zetten in de richting van bekering. Zodoende begrijpen we dat die straffen meer gericht zijn op de toekomst dan op het verleden.

Ik zeg dit liever met woorden van Chrysostomos dan in mijn eigen woorden. Hij zegt: ‘God legt ons geen straf op om de zonden te bestraffen, maar om ons te corrigeren voor de toekomst.’1 Dat zegt ook Augustinus: ‘Wat jij lijdt en waarom jij jammert, dat is medicijn voor je, geen straf. Het is een tuchtiging, geen veroordeling. Weiger de roede niet als je niet wilt dat jou de erfenis geweigerd wordt …’ ‘Weet broeders: die hele ellende van het menselijk geslacht is een pijn die genezing brengt. Het is geen straffend oordeel …’2 Deze uitspraken wilde ik aanhalen om te voorkomen dat iemand zou denken dat de uitdrukking die ik gebruikt heb nieuw of ongebruikelijk is.

En hierop slaan de verontwaardigde klachten waarmee God vaak klaagt dat het volk ondankbaar is, omdat het koppig alle straffen genegeerd heeft. Bij Jesaja: ‘Waarom zou ik jullie nog slaan? Van top tot teen is er niets meer gezond.’ Jesaja 1:5-6 Maar de profeten staan vol met zulke uitspraken. Dus moet het maar genoeg zijn als ik kort laat zien dat God zijn kerk alleen maar straft met de bedoeling dat zij zich in haar verslagenheid bekeert.

Dus toen God Saul afzette als koning, was dat een wrekende straf. 1 Samuël 15:23 Maar toen Hij David zijn zoontje afnam, was dat een corrigerende tuchtiging. 2 Samuël 12:18

Zo moeten we ook opvatten wat Paulus zegt: ‘Als de Heer ons oordeelt, worden we getuchtigd, om te voorkomen dat we samen met deze wereld veroordeeld worden.’ 1 Korinthiërs 11:32 Dat betekent: als wij, Gods kinderen, geslagen worden door de hand van de hemelse Vader, is dat geen straf om ons kapot te maken. Het is alleen maar een tuchtiging om ons een les te leren.

En op dat punt staat Augustinus volledig aan mijn kant. Want hij leert dat we op verschillende manieren moeten kijken naar straffen waarmee God alle mensen zonder onderscheid tuchtigt. Want voor de heiligen, na de vergeving van hun zonden, vormen ze een wedstrijd en training. Maar voor de verworpenen, van wie de zonden niet vergeven zijn, zijn het straffen voor hun onrechtvaardigheid. Augustinus noemt dan de straffen die David en andere vromen opgelegd gekregen hebben. Hij zegt dan dat die straffen bedoeld waren om hen te trainen en te testen door middel van een vernederende ervaring.3

Jesaja zegt dat de onrechtvaardigheid van het Joodse volk vergeven was, omdat het door de hand van de Heer een complete tuchtiging had gekregen. Jesaja 40:2 Maar dat bewijst nog niet dat de vergeving van zonden afhankelijk is van de betaling van de straf. Het is net alsof Jesaja zegt: ‘Er is nu genoeg straf geëist, zo zwaar en zo veel. Jullie zijn al verteerd door een lange tijd van rouw en verdriet. Daarom is het nu tijd dat jullie de boodschap krijgen van de volledige barmhartigheid en dat jullie blij en vrolijk worden en ervaren dat Ik een Vader ben.’ Want God neemt daar de rol aan van een vader, die zelfs verdriet heeft van zijn rechtvaardige strengheid, omdat hij gedwongen was om zijn zoon nog al hevig te straffen.

1Chrysostomos, De poenitentiae et confessione.

2Augustinus, Enarrationes in Psalmos, Psalm 102, 20.

3Augustinus, De peccatorum meritis et remissione et de baptismo parvulorum II, 33-34.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.