Insitutie Boek 3 – Het delen in Christus 3.4 – Berouw, schuldbelijdenis en genoegdoening 3.4.29 – Vergeving impliceert kwijtschelding van de straf

3.4.29 – Vergeving impliceert kwijtschelding van de straf

Ze proberen zich wel te redden uit dit probleem, maar – zoals men zegt – ze zitten vast in het moeras. Ze verzinnen een onderscheid tussen straf en schuld. Ze geven toe dat God uit barmhartigheid de schuld vergeeft, maar ook nadat de schuld vergeven is, resteert er volgens hen nog steeds een straf. Want Gods rechtvaardigheid zou eisen dat die betaald wordt. Dus zijn de genoegdoeningen eigenlijk bedoeld om de straf te betalen.

Maar, goede God, wat is dat voor lichtzinnige kunstgreep? Nu belijden ze dat schuld gratis vergeven wordt. Maar tegelijk leren ze dat je die vergeving moet verdienen met gebeden en tranen en allerlei andere soorten voorbereidingen. Maar dit onderscheid gaat nog steeds lijnrecht in tegen wat de Schrift ons leert over de vergeving van zonden. Ik vind dat ik dat al overtuigend genoeg bewezen heb. Maar toch zal ik nog meer bewijzen aanvoeren. Ik wil die glibberige slangen zo stevig vastsnoeren dat ze zelfs het puntje van hun staart niet meer kunnen bewegen.

Dit is het nieuwe verbond dat God in zijn Christus met ons gesloten heeft: Hij zal niet meer denken aan onze zonden. Jeremia 31:31-34 Van een andere profeet leren wat Hij hiermee bedoelt. Daar zegt de Heer: ‘Als een rechtvaardige zich afkeert van zijn rechtvaardigheid, zal ik niet aan zijn rechtvaardige daden denken. Als een goddeloze zich bekeert van zijn goddeloosheid, zal ik aan al zijn zonden niet denken.’ Ezechiël 18:24-28 En als God zegt dat Hij niet zal denken aan de rechtvaardige daden, dan betekent dat in elk geval dat Hij er geen rekening mee zal houden en ze niet zal belonen. En dat Hij niet aan de zonden denkt, betekent dus ook dat Hij er geen straf voor eist.

Ditzelfde wordt ergens anders zo genoemd: God werpt de zonden achter zijn rug, Jesaja 38:17 Hij wist ze uit als een wolk, Jesaja 44:22 Hij gooit ze in de diepten van de zee, Micha 7:19 Hij rekent ze niet aan, maar bedekt ze. Psalm 32:1-2 Door zulke formuleringen heeft de Heilige Geest ons zijn opvatting duidelijk uitgelegd. Als onze oren er maar ontvankelijk voor zijn! Vast en zeker rekent God de zonden wel aan als Hij ze bestraft. Hij denkt er wel aan als Hij ze wreekt. Hij houdt ze niet bedekt als Hij je erom voor zijn rechtbank daagt. Hij heeft ze niet achter zijn rug geworpen als Hij er onderzoek naar doet. Hij heeft ze niet uitgewist als een wolk als Hij ernaar kijkt. Hij heeft ze niet in de diepten van de zee geworpen als Hij ze weer oprakelt.

Zo legt Augustinus het uit, in duidelijke bewoordingen: ‘Als God de zonden bedekt heeft, wil Hij ze niet meer zien. Als Hij ze niet meer wil zien, wil Hij er geen aandacht meer aan geven. Als Hij er geen aandacht meer aan wil geven, wil Hij ze niet meer bestraffen. Hij wil ze niet weten, Hij wil ze liever vergeven. Dus waarom heeft Hij gezegd dat de zonden bedekt zijn? Omdat ze dan niet meer gezien worden. Want als God ze zou zien, wat zou dat anders betekenen dan dat Hij ze zou bestraffen?’1

En laten we ook uit een andere passage van de profeet Jesaja horen op welke voorwaarden de Heer de zonden vergeeft. Hij zegt: ‘Al waren jullie zonden zo rood als scharlaken, ze zullen zo wit worden als sneeuw. Al waren ze zo rood als purper, ze zullen zo wit worden als wol.’ Jesaja 1:18 En bij Jeremia lezen we dit: ‘Op die dag zal Jacobs onrechtvaardigheid gezocht worden, maar niet worden gevonden. De zonde van Juda zal gezocht worden, maar die zal er niet zijn. Want ik zal het restant dat ik zal bewaren, genadig zijn.’ Jeremia 50:20

Wil je in het kort weten wat die woorden betekenen? Denk er dan eens over na wat de betekenis is van het tegenovergestelde van die uitspraken: dat de Heer de zonden bij elkaar bindt in een zak en ze bewaart, Job 14:17; Hosea 13:12 dat Hij ze met een ijzeren stift graveert op een diamant. Jeremia 17:1 Want als deze uitspraken betekenen dat er straf betaald moet worden – daar is geen twijfel aan – dan verzekert Hij door tegengestelde uitspraken ongetwijfeld dat Hij elke vergelding en wraak loslaat. Maar op dit punt moet ik de lezers dringend verzoeken niet af te gaan op mijn commentaar. Als ze het Woord van God maar wat ruimte gunnen.

1Augustinus, Enarrationes in Psalmos, Psalm 31, 2,9.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.