3.4.24 – Samenvatting

0
966

In de kern komt het hierop neer: als de roomsen God de bedenker willen maken van een verzonnen biecht, dan blijkt overduidelijk hoe ijdel ze zijn. Net zoals ik in de enkele Schriftpassages die zij aanhalen, heb laten zien dat ze bedriegers zijn.

Het is klip en klaar dat deze wet is opgelegd door mensen. Dus zeg ik dat het een tirannieke wet is. Als je zo’n wet uitvaardigt, doe je God tekort. Want Hij bindt het geweten aan het Woord en wil dat het geweten vrij is van overheersing door mensen.

Verder schrijven zij voor het krijgen van vergeving iets voor als onmisbaar, waarvan God gewild heeft dat het vrij zou zijn. Dus zeg ik dat dat een onacceptabele heiligschennis is. Want er is niets waar God zo duidelijk alleen recht op heeft als het vergeven van zonden. Daarin ligt ons behoud.

Bovendien heb ik aangetoond dat deze tirannie pas ingevoerd is toen de wereld onderdrukt werd door een schandelijke onwetendheid.

Ook heb ik laten zien dat het een gevaarlijke wet is, die ongelukkige zielen – als ze God vrezen – in wanhoop stort, of hen – als ze zich nergens druk om maken – streelt met loze verleidingen en hen zo nog verder afstompt.

Ten slotte heb ik uitgelegd dat alles wat ze doen om het effect te verzachten, alleen maar dient om de zuivere leer te verhullen, te verduisteren en te bederven en om hun goddeloosheid te camoufleren met mooie kleuren.

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in