Insitutie Boek 3 – Het delen in Christus 3.4 – Berouw, schuldbelijdenis en genoegdoening 3.4.20 – De sleutelmacht kan niet zonder de Heilige Geest

3.4.20 – De sleutelmacht kan niet zonder de Heilige Geest

De voorstanders van de biecht wijzen hierbij op de sleutelmacht. Daarop laten ze hun rijk, zoals men zegt, rusten van kop tot staart. We moeten maar eens kijken hoeveel waarde we daaraan moeten hechten.

‘Zijn de sleutels dan zonder reden gegeven?’ vragen zij. Is er zonder reden gezegd: ‘Wat jullie losmaken op aarde, zal ook in de hemel losgemaakt zijn’? Mattheüs 16:19; 18:18 Maak ik het woord van Christus zonder betekenis? Mijn antwoord is dat er een zwaarwegende reden was waarom de sleutels gegeven zijn. Ik heb dat kort hiervóór uitgelegd en ik zal het opnieuw nog duidelijker leren als ik de ban ga behandelen. Maar stel nu dat ik in één klap al dit soort vragen van hen op losse schroeven zet door te zeggen de priesters niet de plaatsvervangers en ook niet de opvolgers van de apostelen zijn. Wat dan? Maar ook dat moet ik ergens anders behandelen.

Nu zeg ik: datgene waar ze zich het sterkst achter willen verschansen, levert juist een stormram op die al hun verdedigingswerken omverwerpt. Want Christus heeft de apostelen pas de macht gegeven om te binden en los te maken toen Hij hun de Heilige Geest gegeven had. Volgens mij komt de sleutelmacht dus niemand toe die niet eerst de Heilige Geest gekregen heeft. Niemand kan de sleutels gebruiken als de Heilige Geest niet voorop gaat en leert en zegt wat hij moet doen. Zij kletsen wel dat ze de Heilige Geest hebben. Maar met hun daden bewijzen ze dat het niet zo is. Of ze moesten zich verbeelden dat de Heilige Geest niets voorstelt en er niet toe doet. Ja, dat verbeelden ze zich inderdaad. Maar we zullen hen maar niet geloven.

Met dit belegeringswerktuig worden ze dus volledig omvergeworpen: van welke deur ze ook mogen pochen dat ze daar de sleutel van hebben – je moet hun altijd vragen of ze de Heilige Geest hebben. Want die beslist over de sleutels en regelt het gebruik daarvan. Als zij antwoorden dat ze de Geest hebben, moet je hun vervolgens vragen of de Heilige Geest fouten kan maken. Dat zullen ze niet expliciet durven zeggen, al erkennen ze dat indirect wel met hun leer. Dus moeten we concluderen dat geen enkele priester de sleutelmacht heeft. Want zonder onderscheid te maken, maken ze los wat de Heer gebonden wil hebben en binden ze wat Hij bevolen heeft los te maken.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.