3.3.8 – Berouw doodt en maakt levend

Nu moet ik in de derde plaats alleen nog uitleggen wat het betekent als ik zeg dat berouw bestaat uit twee onderdelen: het doden van ons vlees en het levend maken van de geest.

De profeten geven geven dit duidelijk aan, al is het wat eenvoudig en ruw, gezien het beperkte begrip van het vleselijke volk. Ze zeggen namelijk: ‘Keer je af van het kwade en doe het goede.’ Psalm 34:15 En: ‘Was je, reinig je, doe het slechte van je daden weg van voor mijn ogen, houd op met verkeerd doen, leer goed te doen, streef rechtvaardigheid na, help wie verdrukt wordt.’ Jesaja 1:16-17 Enzovoort. Want als de profeten terugroepen van het kwaad, eisen ze de ondergang van heel het vlees dat vol perverse boosaardigheid zit.

Het is vreselijk moeilijk en lastig om onszelf als een kleed uit te trekken en te verhuizen uit onze aangeboren aard. Want je moet niet denken dat het vlees voldoende vergaan is zolang niet alles wat we van onszelf hebben, vernietigd is. Ons vlees is volledig geneigd tot vijandschap tegen God. Romeinen 8:7 Het loslaten van onze eigen aard is daarom de eerste stap naar gehoorzaamheid aan de wet.

Vervolgens wijzen de profeten op vernieuwing aan de hand van de vruchten die er op volgen: rechtvaardigheid, een juist oordeel en barmhartigheid. Het zou immers niet genoeg zijn om die dingen te doen zoals het hoort. Eerst moeten de geest en het hart de neiging hebben aangetrokken tot rechtvaardigheid, een juist oordeel en barmhartigheid. Dat gebeurt als Gods Geest onze ziel doordrenkt met zijn heiligheid. Dan vervult Hij ons met nieuwe gedachten en neigingen, zodat onze ziel inderdaad als nieuw beschouwd kan worden.

En omdat we ons van nature van God afkeren, zullen we vast en zeker nooit uit onszelf het goede nastreven. Dat doen we pas als we eerst onszelf hebben losgelaten. Daarom krijgen we zo vaak het bevel om onze oude mens uit te trekken en wereld en vlees op te geven. We moeten afscheid nemen van onze eigen begeerten. Dan pas wordt onze geest vanbinnen vernieuwd. Efeziërs 4:22-23

Verder blijkt alleen al uit het woord ‘doden’ hoe moeilijk het is om onze oude natuur te vergeten. Want hieruit kunnen we concluderen dat we alleen op deze manier geschikt gemaakt worden om God te vrezen en alleen zo de basisbeginselen van vroomheid leren: we moeten met geweld afgeslacht worden door het zwaard van de Geest. Er mag niets van ons overblijven. Het is alsof God gezegd heeft dat onze gewone natuur moet sterven vóór we bij zijn kinderen kunnen horen.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.