3.3.5 – Een definitie van berouw

0
134

Dit is allemaal waar. Toch moeten we – voorzover ik uit de Schrift kan nagaan – het woord ‘berouw’ anders opvatten. Deze mensen laten het geloof onder het berouw vallen. Maar dat is in strijd met wat Paulus in Handelingen zegt: hij verkondigde aan Joden en heidenen berouw voor God en geloof in Jezus Christus.1 Hij somt berouw en geloof daar op als twee verschillende dingen. Hoe zit dat? Kan echt berouw bestaan zonder geloof? Absoluut niet! Maar ook al kunnen ze niet van elkaar gescheiden worden, we moeten ze toch van elkaar onderscheiden. Geloof kan ook niet bestaan zonder hoop. Toch zijn geloof en hoop verschillende dingen. Op dezelfde manier hangen ook berouw en geloof nauw met elkaar samen, maar moeten ze toch niet met elkaar vermengd, maar alleen bij elkaar gehouden worden.

Nu besef ik wel degelijk dat met het woord ‘berouw’ de hele bekering tot God bedoeld wordt. En het geloof is daar niet het minste onderdeel van. Maar hoe dat precies zit, zal gemakkelijk blijken als ik heb uitgelegd wat de betekenis is van berouw en wat het inhoudt.

Het woord ‘berouw’ is in het Hebreeuws afgeleid van ‘ommekeer’ of ‘terugkeer’ en in het Grieks van een woord dat een verandering van gedachten of plannen aanduidt. Inhoudelijk correspondeert het woord aardig met de woorden waar het van afgeleid is. In de kern komt het erop neer dat we ons tot God keren en onze oude gedachten loslaten en nieuwe gedachten opvatten. Daarom is, volgens mij tenminste, dit een vrij goede definitie van berouw: het is een echte omkering van ons leven naar God, die voortkomt uit een oprechte en serieuze vrees voor God en die bestaat uit het doden van ons vlees en van de oude mens en het levend maken van de geest.

Zo moeten we alle prediking opvatten waarmee vroeger de profeten en later de apostelen hun tijdgenoten opriepen tot berouw. Want zij probeerden slechts één ding te bereiken: dat de mensen ontsteld raakten over hun zonden en getroffen werden door vrees voor Gods oordeel, voor Hem tegen wie ze gezondigd hadden. Ze moesten voor Hem neervallen en zich vernederen, en zich werkelijk bekeren en weer het rechte pad op gaan. Daarom gebruikten zij door elkaar, met dezelfde betekenis, deze uitdrukkingen: ‘je bekeren’ of ‘terugkeren naar de Heer’, ‘tot inkeer komen’ en ‘berouw tonen’. Daarom vertelt de heilige geschiedenis ook dat er berouw betoond wordt aan God als mensen die eerst God aan de kant zetten en in een bandeloos leven hun begeerten volgden, zijn Woord gaan gehoorzamen en bereid zijn hun leider te volgen waarheen hij hen roept.2 En Johannes de Doper en Paulus hebben het erover dat je vruchten moet voortbrengen die passen bij het berouw.3 Daarmee bedoelen ze dat je een leven moet leiden dat in alles wat je doet laat zien en bewijst dat je bekeerd bent.

1Handelingen 20:21

21 Samuël 7:3-7

3Lucas 3:8; Handelingen 26:20; Romeinen 6:4

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in