3.25.9 – De opstanding van de goddelozen

0
119

Maar nu komen we bij een lastiger kwestie: de opstanding is een speciale zegen van Christus. Met welk recht mogen dan ook de goddelozen en degenen die door God vervloekt zijn daarin delen? We weten dat in Adam alle mensen aan de dood onderworpen zijn.1 Christus is gekomen als de opstanding en het leven.2 Maar is Hij dat om zonder uitzondering heel het menselijk geslacht levend te maken? Maar wat zou zo ongepast zijn als dat de goddelozen in hun koppige blindheid zouden krijgen wat de vromen die God dienen alleen krijgen door het geloof?

Toch blijft dit overeind staan: de ene opstanding is een opstanding om veroordeeld te worden en de andere is een opstanding om te leven. En Christus zal komen om de schapen te scheiden van de bokken.3

Mijn antwoord is dat dit niet zo vreemd hoeft te lijken. Want we zien zoiets ook in wat we elke dag ervaren. We weten dat we in Adam beroofd zijn van de erfenis van heel de wereld. Als ons belet zou worden ons gewone voedsel te eten, zou dat net zo terecht zijn als dat ons belet wordt te eten van de boom van het leven. Toch laat God niet alleen zijn zon opgaan over goeden en slechten.4 Nee, zijn onschatbare vrijgevigheid stroomt ook continu naar hen toe voor wat ze in het tegenwoordige leven maar nodig hebben. Hoe komt dat? Hieraan zien we natuurlijk dat de dingen waar alleen Christus en zijn ledematen recht op hebben, ook overstromen naar de goddelozen. Niet dat zij daar aanspraak op kunnen maken. Nee, alleen omdat ze dan minder te verontschuldigen zijn. Zo ervaren de goddelozen vaak dat God hen goed doet. Niet door beperkte bewijzen van zijn vrijgevigheid, maar door zulke grote bewijzen dat alle zegeningen van de vromen er soms door verduisterd worden. Toch leiden die voor hen alleen maar tot een grotere veroordeling.

Als je hiertegen inbrengt dat de opstanding niet te vergelijken is met vergankelijke en aardse zegeningen, dan is ook dan mijn antwoord: zodra de goddelozen zijn vervreemd van God, de bron van het leven, hebben ze de ondergang van de duivel verdiend om daardoor volledig vernietigd te worden. Maar door Gods wonderbaarlijke plan is er een middentoestand gevonden: buiten het leven, leven ze in de dood. Het mag absoluut niet absurd lijken als de goddelozen de opstanding ondergaan om getrokken te worden voor de rechterstoel van Christus. Nu weigeren ze naar Hem te luisteren als naar hun meester en leraar. Het zou dus maar een lichte straf zijn als ze door de dood werden weggenomen, zonder dat ze voor de rechter geplaatst worden om gestraft te worden voor hun koppigheid. Ze hebben zijn oneindige wraak over zich afgeroepen.

Verder moeten we weliswaar vasthouden aan wat ik gezegd heb en aan die bekende belijdenis van Paulus tegenover Felix. Hij keek uit naar de toekomstige opstanding van rechtvaardigen en goddelozen.5 Maar toch presenteert de Schrift de opstanding vaker samen met de hemelse heerlijkheid alleen voor Gods kinderen. Want Christus kwam eigenlijk niet om de wereld te vernietigen, maar om de wereld te redden. Daarom noemt ook de apostolische geloofsbelijdenis alleen het gelukkige leven.

1Romeinen 5:12, 1 Korinthiërs 15:22

2Johannes 11:25

3Mattheüs 25:32

4Mattheüs 5:45

5Handelingen 24:15

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in