3.25.2 – Pas bij de opstanding bereiken we het toppunt van geluk

0
101

In het verleden hebben de filosofen angstvallig gediscussieerd over wat het hoogste goed is. Ze hebben er zelfs fel met elkaar over gedebatteerd. Maar op Plato na, heeft niemand erkent dat het hoogste goed van de mens ligt in zijn verbinding met God. En zelfs Plato zelf had er geen flauw benul van wat dat inhield. En dat is geen wonder. Want hij had niets geleerd over de heilige band waardoor die verbinding tot stand komt.

Maar wij kennen het enige en volmaakte geluk, zelfs in deze aardse ballingschap. Maar dan zo dat ons hart daardoor elke dag meer gaat branden van verlangen naar dat geluk, totdat we er volledig van kunnen genieten en erdoor verzadigd worden. Daarom heb ik gezegd dat Christus’ geschenken je alleen vrucht opleveren als je je hart opheft naar de opstanding.

En daarom presenteert Paulus dit als het einddoel aan de gelovigen. Hij zegt dat hij daar op uit is, dat hij alles vergeet totdat hij dat bereikt.1 En dat doel moeten ook wij extra nastreven om te voorkomen dat deze wereld ons in beslag neemt en we de treurige straf moeten dragen voor ons laksheid. Daarom tekent Paulus de gelovigen ergens anders met dit kenmerk: ze wonen in de hemel en daarvandaan verwachten ze hun redder.2

En onderweg daarnaar toe mag hun geest niet verslappen. Daarom geeft Paulus hun alle schepselen als metgezellen. We zien immers overal lelijke ruïnes. Daarom zegt hij dat alles in hemel en op aarde vernieuwing nastreeft. Adam heeft door zijn val de orde van de natuur totaal in verwarring gebracht. Daarom zijn de schepselen vanwege de zonde van de mens onderworpen aan een lastige en zware slavernij. Niet dat ze zelf voorzien zijn van enig besef. Maar ze verlangen van nature naar de toestand waar ze uit gevallen zijn. Daarom schrijft Paulus hun zuchten en barensweeën toe, zodat wij ons ervoor zouden schamen om in ons bederf te liggen wegkwijnen. Wij hebben immers de eerste vruchten van de Geest gekregen. Dan moeten we op z’n minst de levenloze dingen imiteren die de straf dragen voor de zonde van een ander.3

En om ons nog extra te prikkelen, noemt Paulus de laatste komst van Christus onze verlossing. Natuurlijk is het waar dat alle onderdelen van onze opstanding al vervuld zijn. Maar omdat Christus voor eens en voor altijd geofferd is voor de zonden, zal Hij opnieuw gezien worden zonder de zonde, om ons te redden.4 Onder wat voor ellende wij ook gebukt gaan, laat deze verlossing ons overeind houden tot die daadwerkelijk voltooid is.

1Filippenzen 3:8-14

2Filippenzen 3:20

3Romeinen 8:19-23

4Hebreeën 9:28

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in