3.24.2 – Innerlijke roeping is een bewijs van de uitverkiezing

0
92

Bovendien blijkt dit ook duidelijk uit de aard en de uitdeling van de roeping. Want die bestaat niet alleen uit de prediking van het Woord, maar ook uit de de verlichting door de Geest.

Aan wie God zijn Woord aanbiedt, lezen we bij de profeet Jesaja: ‘Ik ben gevonden door wie Mij niet zochten. Ik ben verschenen aan wie niet naar Mij vroegen. Tegen het volk dat mijn naam niet aanriep, heb Ik gezegd: “Kijk, hier ben Ik!”’1

En de joden moesten niet denken dat die zachtmoedigheid alleen voor de heidenen gold. Daarom brengt Hij hun ook in herinnering waaruit Hij hun vader Abraham aannam. Toen Hij het Abraham waard keurde dat Hij zich aan hem verbond, zat Abraham nog midden in de afgoderij, waarin hij met al de zijnen weggezonken was.2

Als God degenen die dat niet verdienen voor het eerst met het licht van zijn Woord bestraalt, geeft Hij daarmee een overduidelijk bewijs van zijn gratis goedheid. Daaruit blijkt dus al hoe onmetelijk goed God is. Maar het is nog niet genoeg voor redding. Want de verworpenen staat een zwaarder oordeel te wachten omdat ze het bewijs van Gods liefde negeren. Bovendien, om zijn heerlijkheid aan het licht te brengen, ontneemt God hun de effectiviteit van zijn Geest.

Deze innerlijke roeping is dus een onderpand van het behoud. Een onderpand dat niet kan bedriegen. Daarop slaat deze uitspraak van Johannes: ‘We weten dat we zijn kinderen zijn dankzij de Geest die Hij ons gegeven heeft.’3 En God wil voorkomen dat het vlees zich erop zou beroemen dat het, toen God riep en zichzelf uit eigen beweging aanbood, in elk geval gereageerd heeft. Daarom verklaart Hij dat er geen oren zijn om te luisteren en geen ogen om te zien, behalve de oren en ogen die Hij gemaakt heeft. En dat Hij die maakt, niet in overeenstemming met hoe dankbaar iedereen is, maar in overeenstemming met zijn uitverkiezing.

En daar heb je een heel goed voorbeeld van bij Lucas. Daar luisteren joden en heidenen samen naar de prediking van Paulus en Barnabas. Ze zijn toen allemaal onderwezen door hetzelfde Woord. Toch vertelt Lucas dat degenen die bestemd waren voor het eeuwige leven, geloofden.4 Wat zou het dan onbeschaamd zijn als we zouden ontkennen dat de roeping gratis is. Want daarin regeert zelfs tot het laatste stukje toe de uitverkiezing!

1Jesaja 65:1

2Jozua 24:2-3

31 Johannes 3:24; 1 Johannes 4:13

4Handelingen 13:48

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in