Insitutie Boek 3 – Het delen in Christus 3.24 – Uitverkiezing, roeping en verharding 3.24.14 – God laat de verworpenen verloren gaan omwille van zijn eer

3.24.14 – God laat de verworpenen verloren gaan omwille van zijn eer

Nu moeten we alleen nog kijken waarom de Heer doet wat Hij blijkbaar doet. Misschien antwoordt iemand dat het zo gebeurt omdat de mensen het met hun goddeloosheid, slechtheid en ondankbaarheid verdiend hebben. Dan is dat juist en naar waarheid gezegd. Maar dan is nog niet duidelijk wat de reden is voor dit verschil: waarom buigen sommigen zich in gehoorzaamheid en blijven anderen in hun verharding? Daarom moeten we bij het zoeken naar de reden onontkoombaar uitkomen wij wat Paulus heeft opgeschreven uit Mozes: dat de Heer hen vanaf het begin heeft laten opstaan om zijn naam te laten zien op heel de aarde. Romeinen 9:17; Exodus 9:16

Dus dat de verworpenen Gods Woord niet gehoorzamen, ook al is het aan hen geopenbaard, daarvan moeten we terecht de schuld geven aan de boosaardigheid en verdorvenheid van hun hart. Als we daar maar meteen aan toevoegen dat ze aan deze verdorvenheid zijn overgegeven omdat God hen met zijn rechtvaardig, maar onnaspeurlijk oordeel heeft laten opstaan om via hun veroordeling de glorie van zijn eer te laten schitteren.

Zo zit het ook met de zonen van Eli. Er wordt verteld dat ze niet luisterden naar gezonde raad, omdat de Heer hen wilde doden. 1 Samuël 2:25 Dan wordt niet ontkend dat hun koppigheid het gevolg is van hun eigen slechtheid. Maar tegelijk wordt duidelijk gemaakt waarom God hen in hun koppigheid liet zitten, ook al had Hij hun hart kunnen verzachten: Hij had hen met een onveranderlijk besluit voor eens en voor altijd bestemd voor de ondergang.

Hierop slaat ook de uitspraak van Johannes: ‘Hoewel Hij zoveel tekenen gedaan had, geloofde niemand in Hem, opdat het woord van Jesaja vervuld werd: “Heer, wie heeft geloofd wat hij van ons gehoord heeft?”’ Johannes 12:37; Jesaja 53:1 Hij bevrijdt de koppigen niet van schuld. Maar toch is hij tevreden met deze reden: mensen vinden Gods genade maar flauw, zolang de Heilige Geest er geen smaak aan geeft.

Christus citeert ook deze voorzegging van Jesaja: ‘Zij zullen allemaal door God onderwezen zijn.’ Johannes 6:45; Jesaja 54:13 Dan bedoelt Hij niet anders dan dat de Joden verworpen zijn en niet bij de kerk horen, omdat ze zich niet laten onderwijzen. En Hij voert geen andere reden aan dan dat Gods belofte niet voor hen geldt.

Dat wordt bevestigd door deze uitspraak van Paulus: ‘Christus is voor de Joden een struikelblok en voor de heidenen dwaasheid. Maar voor de geroepenen is Hij Gods kracht en wijsheid.’ 1 Korinthiërs 1:23-24 Hij zegt immers eerst wat er meestal gebeurt, steeds als het evangelie gepredikt wordt: sommigen raken verbittert en anderen wijzen het af. Vervolgens zegt hij dat alleen de geroepenen er waarde aan hechten. Vlak daarvóór had hij hen weliswaar gelovigen genoemd. Maar Gods genade gaat aan geloof vooraf en dat wilde hij niet negeren. Hij heeft het tweede er juist als een correctie aan toegevoegd, om ervoor te zorgen dat degenen die het evangelie omhelsd hadden, de eer voor hun geloof zouden toeschrijven aan Gods roeping. Daarom leert hij even later ook dat ze door God zijn uitverkoren.

Als goddelozen dit horen, klagen ze dat God zijn schepselen met een onbeheerste macht misbruikt voor een wreed spel. Maar wij weten dat alle mensen in zoveel opzichten schuldig staan voor Gods rechterstoel. Al worden ze over duizend dingen verhoord, op nog niet één punt kunnen ze Hem tevreden stellen. Daarom erkennen wij dat de verworpenen niets ondergaan wat niet in overeenstemming is met Gods heel rechtvaardige oordeel. De reden daarvoor kunnen wij niet duidelijk begrijpen. Maar daarom moeten we nog niet weigeren toe te geven dat we iets niet weten, als Gods wijsheid zich verheft tot haar hoogte.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.

FunctionalOur website uses functional cookies. These cookies are necessary to let our website work.

AnalyticalOur website uses analytical cookies to make it possible to analyze our website and optimize for the purpose of a.o. the usability.

Social mediaOur website places social media cookies to show you 3rd party content like YouTube and FaceBook. These cookies may track your personal data.

AdvertisingOur website places advertising cookies to show you 3rd party advertisements based on your interests. These cookies may track your personal data.

OtherOur website places 3rd party cookies from other 3rd party services which aren't Analytical, Social media or Advertising.