3.24.10 – Voordat uitverkorenen tot geloof komen, zijn ze niet beter dan anderen

0
81

De uitverkorenen worden natuurlijk niet meteen vanaf de moederschoot en ook niet allemaal op hetzelfde moment door de roeping verzameld in Christus’ schaapskooi. Nee, het gebeurt wanneer het God behaagt om zijn genade aan hen uit te delen. Voordat ze bij de hoogste herder verzameld worden, dwalen ze echter verstrooid rond in de gewone woestijn. In niets verschillen ze van de anderen, behalve dan dat ze door Gods speciale barmhartigheid ervoor bewaard worden dat ze in de diepste afgrond van de dood vallen. Dus als je naar henzelf kijkt, zie je nageslacht van Adam, dat stinkt naar het gewone bederf van de massa. Dat ze niet terecht komen in de diepste, hopeloze goddeloosheid, komt niet door een aangeboren goedheid van henzelf, maar doordat Gods oog over hen waakt en zijn hand is uitgestrekt om hen te redden.

Er zijn mensen die fantaseren dat in de uitverkorenen vanaf hun geboorte een of ander zaad van de uitverkiezing geplant is. Door de kracht daarvan zouden ze steeds geneigd zijn tot vroomheid en vrees voor God. Maar dat wordt niet gesteund door het gezag van de Schrift en onze eigen ervaring weerlegt het. Zij voeren enkele voorbeelden aan om te bewijzen dat de uitverkorenen ook vóór hun verlichting geen vreemden waren voor de godsdienst. Paulus leefde ook in de tijd dat hij een farizeeër was, onberispelijk.1 En Cornelius was dankzij zijn aalmoezen en gebeden acceptabel voor God.2 En meer van zulke voorbeelden. Bij het voorbeeld van Paulus geef ik toe dat ze gelijk hebben. Bij het voorbeeld van Cornelius vind ik dat ze kletsen. Want het is duidelijk dat hij toen al verlicht en opnieuw geboren was. Hij miste alleen nog maar een duidelijke openbaring van het evangelie.

Echter, waar kunnen ze ons met deze enkele voorbeelden eigenlijk toe pressen? Dat we erkennen dat alle uitverkorenen altijd voorzien zijn geweest van de Geest van de vroomheid? Dat lukt hun evenmin als dat iemand kan concluderen dat alle mensen die in de blindheid van de afgoderij gelaten worden heiligheid en fatsoen nagestreefd hebben, als hij heeft aangetoond hoe rechtschapen Aristides, Socrates, Xenocrates, Scipio, Curius, Camillus en anderen waren.

Sterker nog, de Schrift spreekt hen in meer dan één passage openlijk tegen. Want Paulus beschrijft de toestand van de Efeziërs vóór hun nieuwe geboorte. En daaruit blijkt geen enkel korreltje van dit zaad. ‘Jullie waren dood,’ zegt hij, ‘door de misdaden en de zonden waarin jullie leefden volgens de eeuw van deze wereld, volgens de heerser in de lucht, die nu werkt in de ongehoorzame kinderen. Daar verkeerden ook wij ooit allemaal onder in de begeerten van onze vlees. Toen deden we wat ons vlees en onze gedachten wilden. En we waren van nature kinderen van de toorn, net als de anderen.’ En: ‘Bedenk dat jullie ooit zonder hoop waren en zonder God in de wereld.’ En: ‘Vroeger waren jullie donker, maar nu zijn jullie licht in de Heer. Leef als kinderen van het licht.’3

Maar misschien willen mijn tegenstanders deze woorden laten slaan op het gebrek aan kennis van de ware God. Zij ontkennen niet dat de uitverkorenen die kennis missen voordat ze geroepen worden. Maar dan zouden ze deze woorden wel onbeschaamd verdraaien. Want de apostel concludeert hieruit dat ze niet meer moeten liegen of stelen. Dus vraag ik wat ze dan wel niet willen antwoorden op andere passages.

Zo is er bijvoorbeeld een passage in de brief aan de Korinthiërs, waar de apostel bekend maakt dat overspelers, afgodendienaars, ontuchtplegers, schandknapen, homoseksuelen, dieven en hebzuchtigen Gods koninkrijk niet zullen erven. Hij voegt daar dan meteen aan toe dat de Korinthiërs, voordat ze Christus kenden, in zulke wandaden verstrikt hadden gezeten, maar nu door zijn bloed gereinigd en door zijn Geest verlost zijn.4

En zo is er ook een andere passage in de brief aan de Romeinen: ‘Zoals jullie je ledematen in dienst gesteld hebben van de onreinheid en de onrechtvaardigheid, voor onrechtvaardigheid, moeten jullie ze nu in dienst stellen van de rechtvaardigheid. Want wat voor vrucht leverden die dingen jullie toen op, waar jullie je nu voor schamen? …’5

1Filippenzen 3:5-6

2Handelingen 10:2

3Efeziërs 2:1-3; Efeziërs 2:12; Efeziërs 5:8-9

41 Korinthiërs 6:9-11

5Romeinen 6:19-21

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in